THEORIEVORMING

home
Hedendaags Anarchisme

 

Politieke en sociale theorie
(internationaal)
Politieke en sociale theorie
(België)
KAPITALISME
kritiek en alternatieven
ECOLOGIE
kritiek en alternatieven
Mijlpalen
in de sociaal-economische geschiedenis
ACTUALITEIT

 

Sinds de ineenstorting van de communistische staten in Oost-Europa beweren de verdedigers van het kapitalisme dat socialisme synoniem is voor een economie die volledig gecontroleerd wordt door de staat. Eigenaardig genoeg wordt deze grove leugen nooit tegengesproken door sommige vooraanstaande leden van de gevestigde West-Europese socialistische partijen, die ter rechtvaardiging van hun collaboratie met het neoliberalisme doen alsof ze niet weten dat er vanaf de negentiende eeuw twee grote strekkingen waren bij de tegenstanders van het kapitalisme en dat een daarvan, de anarchistische, ook de vernietiging van de staat beoogde.

De voorstanders van het kapitalisme en hun collaborateurs gaan zelfs zover te beweren dat anarchisme hetzelfde is als terrorisme, waarbij terrorisme voor sommigen bovendien gelijk staat met elke vorm van geweld dat gericht is tegen de bestaande orde. Nu hebben aanhangers van alle mogelijke politieke strekkingen, van uiterst links tot uiterst rechts, in de loop van de geschiedenis geweld gebruikt, omdat ze dachten dat het geoorloofd was om hun doel te bereiken. Sommige anarchisten hebben aanslagen gepleegd op belangrijke heersers, maar ook daarin hadden ze geen monopolie. Zo was de aanslag op de kroonprins van Oostenrijk-Hongarije, die de aanleiding werd tot de Eerste Wereldoorlog, het werk van een Servisch nationalist.

Voor de anarchisten moet de staat dus verdwijnen. Ze verschillen wel op een zeer belangrijk punt van mening met de neoliberalen, die willen terugkeren naar de staat uit de negentiende eeuw. In die tijd was de belangrijkste taak van de staat het handhaven van de bestaande orde. De staat moest de uitbuiting van de arbeidersklasse mogelijk maken en repressief optreden tegen wie zich daartegen verzette. Voor de neoliberalen moet de staat zich opnieuw tot die opdracht beperken en zich zo weinig mogelijk bezighouden met de taken, die er in de twintigste eeuw zijn bijgekomen.

De neoliberalen willen terugkeren naar de negentiende eeuw. De verzorgingsstaat, die na de Tweede Wereldoorlog ontstaan is, is in hun ogen slechts een intermezzo, waaraan in het belang van de kapitalisten best zo vlug mogelijk een einde komt. De anarchisten zien het heel anders. Voor hen moet de vernietiging van de staat gepaard gaan met het beëindigen van het privé-bezit van de productiemiddelen. Het kapitalisme moet samen met de staat verdwijnen. Het is dus zeker niet hun bedoeling dat de staat verzwakt wordt en het kapitalisme versterkt. Zij willen dat het beheer van de productiemiddelen toekomt aan de arbeiders en niet aan de kapitalisten of aan de staat. Dat vereist een uitbreiding van de democratie, zoals die nu bestaat.

Het is de anarchisten nooit gelukt hun ideeën gedurende lange tijd te verwezenlijken. Toch is het opvallend dat tijdens verschillende revoluties aanvankelijk onder druk van de arbeiders wel degelijk gepoogd is de fabrieken te laten beheren door wie er werkt. Dat was bijvoorbeeld het geval tijdens de kortstondige Commune van Parijs in 1871, maar ook in het begin van de Russische Revolutie van 1917. De sovjets of arbeidersraden, die toen ontstaan zijn, waren eigenlijk een uiting van anarchisme. Lenin en Trotski hebben ze na de Oktoberevolutie vernietigd en Stalin heeft later hun werk voltooid met de vestiging van een oppermachtige staat, waarin de burgers zich moesten schikken naar de wil van hun wrede dictator en waarin ongehoorzaamheid bestraft werd met verbanning en de dood.

Hun grootste succes hebben de anarchisten geboekt tijdens de Spaanse Burgeroorlog. Onmiddellijk nadat het leger in juli 1936 in opstand gekomen was tegen de wettelijke linkse regering, ontstond er massaal verzet onder de arbeiders, die na enig getreuzel door de regering bewapend werden, waarna ze in de meeste steden de kazernes ingenomen hebben en aldus de putsch hebben doen mislukken. De troepen van Franco, die vanuit Spaans Marokko geland zijn, hebben uiteindelijk bijna drie jaar nodig gehad om met de steun van Hitler en Mussolini de republiek ten val te brengen. In een deel van Spanje ging de overwinning van de arbeiders gepaard met de instelling van arbeidersraden, die maandenlang zijn blijven bestaan.

Er is veel gediscussieerd over de oorzaken van de teloorgang van wat voor de anarchisten de Spaanse Revolutie was. Wellicht zijn er meerdere oorzaken, maar niemand kan ontkennen dat er een succesvolle poging geweest is om een samenleving tot stand te brengen met een ander economisch systeem dan het kapitalisme zonder dat daarvoor een machtige staat nodig was. Waarom zou dan wat eens heeft plaatsgevonden, in de toekomst niet meer mogelijk zijn?

Ook tijdens de studentenrevoltes van de jaren zestig van de vorige eeuw waren anarchistische ideeën sterk aanwezig en het was opvallend dat in mei ’68 in Parijs en andere Franse steden veel meer zwarte dan rode vlaggen werden meegedragen. De laatste tijd wordt er gesproken over participatieve democratie. Welnu, dat is net wat de anarchisten altijd gewild hebben.

Sommige van hun ideeën zijn in de loop van de geschiedenis regelmatig overgenomen door anderen, die zich nochtans geen anarchisten noemden. Men kan daar zelfs voorbeelden van vinden bij de Belgische Werkliedenpartij, de voorloper van de PS en de SP.A, en daarom is het zo merkwaardig dat ook leden van deze partij, die toch beter zouden moeten weten, niet beschaamd zijn om te insinueren dat door de val van de communistische dictaturen in Oost-Europa bewezen is dat het socialisme niet kan werken en dat er maar een weg mogelijk is, namelijk de neoliberale.

"There is no alternative", was de slogan van Thatcher, die intussen is overgenomen door alle neoliberalen en hun collaborateurs. Nu is erover zwijgen de beste manier om de mogelijkheid van alternatieven te ontkennen en daarom wordt het anarchisme doodgezwegen. Het is immers niet leuk voor de neoliberalen en hun collaborateurs te moeten erkennen dat er ook onder de vijanden van hun alleenzaligmakend kapitalisme mensen zijn, die menen dat de staat geleidelijk moet verdwijnen naarmate de democratie zodanig uitgebreid wordt dat de burgers de productiemiddelen en de handel kunnen controleren.

In afwachting daarvan blijft die staat wel nodig om de zwakken te beschermen, en dat zijn vandaag bijvoorbeeld nog altijd allen die in loondienst moeten werken voor een kapitalist. Voorwaarde opdat die staat dat zou kunnen, is dan wel dat voldoende mensen stemmen voor partijen die het opnemen voor de zwakken, niet alleen met woorden, maar ook met daden. Zonder zulke partijen is de staat een instrument in dienst van hen die de economie controleren en van hun lakeien.

Diogenes van Gent, Het vergeten anarchisme, 2008 (Website : attac-Vlaanderen).