INDIVIDUALISME

home
themata

Inleiding.

Het individualistisch anarchisme (ook wel filosofisch anarchisme of liberaal anarchisme genoemd) is een (historische) stroming binnen het anarchisme waarbij het individu centraal staat en elke vorm van staatsgezag of andere autoriteit wordt afgewezen.

Het grootste onderscheid met de meer revolutionaire anarchisten is dat aanhangers van het individualistisch anarchisme niet gediend zijn van geweld om de staat af te schaffen en privaat bezit accepteren.
En met het anarcho-kapitalisme is een belangrijk verschil
dat (een aanhanger van) het individualistisch anarchisme vaak meent dat de economische waarde van goederen gevormd wordt door arbeid, terwijl de anarcho-kapitalisten zich vaak baseren op de subjectieve waardeleer van de Oostenrijkse School (Carl Menger en zijn aanhangers, zoals Eugen von Böhm-Bawerk en Friedrich von Wieser).
Een belangrijk vertolker van het individualistisch anarchisme in Europa was de Schotse Duitser John Henry Mackay (1864-1933)
, die zich vooral beriep op het gedachtengoed van Max Stirner.

(Bovenstaande tekst is overgenomen van http://nl.wikipedia.org/wiki/Individualistisch_anarchisme)


1. Voorlopers.

Voorlopers van het individualistisch anarchisme waren de anarchisten William Godwin en Pierre Joseph Proudhon. Voor een zicht op hun ideeën verwijzen we naar hun respectievelijke biografie.



2. Max Stirner (25 oktober 1806 – 26 juni 1856).

De Duitser Max Stirner kwam met een theorie van de samenleving waarin de wil van het individu als soeverein wordt beschouwd en elke overheid wordt verworpen. Zijn "egoïsme" lijkt een verregaande vorm van individualistisch anarchisme, waar het eigenbelang de enige rationele drijfveer kan zijn voor het individu, en waarin eigendom een gevolg is van macht : wie iets kan nemen en behouden, bezit het.

Dit plaatst hem op enige afstand van de vele anarchisten die particuliere eigendom van productiemiddelen afwijzen. Hij heeft met zijn definitie echter wel een heel zuivere en oorspronkelijke betekenis gegeven aan het begrip. Stirners ideeën inspireerden met name de bekende Franse individualist en anarchist Georges Palante (1862-1925) en hebben ook invloed op recentere groen-anarchistische denkers als de Amerikanen Wolfi Landstreicher en Bob Black (1951- ). Deze auteurs zetten zich af tegen anarchisme als (linkse) politieke ideologie en stellen dat ook klassieke linkse organisatievormen als vakbonden en federaties onderdrukkend zijn voor het individu. Ook de Amerikaan Hakim Bey (1945 - ) kan worden gezien als 'post-links' anarchist.

(Bovenstaande tekst is overgenomen van http://nl.wikipedia.org/wiki/Individualistisch_anarchisme)

A Crime Called Freedom van Wolfi LandstreicherAnarchy, nr. 63 :  Brian Morris, Bob Black, Wolfi LandstreicherHakim Bay

'Intussen 't Verleden te begrijpen, zoals het Humanisme leert, en 't Tegenwoordige te vatten, waarop het Realisme doelt, leidt, beide slechts tot macht over het tijdelijke. Eeuwig is alleen de Geest die zichzelf begrijpt. Daarom kregen gelijkheid en vrijheid slechts 'n ondergeschikt bestaan'. Aldus 'de meest radicale schrijver' die de negentiende eeuw heeft voortbracht. Uiteraard citeerden we hier Max Stirner die zijn kroontjespen als wapen hanteerde in zijn 'guerrilla' tegen alle -ismen waarmee hij de absolute emancipatie van zichzelf tegenover de massa verdedigde. Niemand ontkwam aan zijn toorn : socialisten, communisten, liberalen, humanisten, realisten, christenen... allen moesten zij het ontgelden omdat zij met hun sociaal-politieke stelsels slechts de ene ideologische kooi inruilden voor een andere. Of de christen zich nu door de bijbel laat inspireren, de humanist door de klassieke filosofen, of de econoom door de werken van Adam Smith; voor Stirner is het allemaal lood om oud ijzer. Het tekent de beschaving van de negentiende eeuw die er, volgens Stirner, niet in geslaagd is 'uit eigen originaliteit de vormen der Schoonheid, uit eigen vernuft den inhoud der Waarheid te scheppen'. Met andere woorden, de mens is nog lang niet vrij en zijn ideologische stelsels verhinderen hem met zijn slavernij te breken. Voor Stirner ging er niets boven hemzelf en hij achtte een handvol macht meer waard dan een zak vol recht.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat menig tijdgenoot uitvoerig tegen Stirner gefulmineerd heeft. Marxisten - Marx zelf voorop - hebben hun uiterste best gedaan Stirner als de ultieme peetvader van het Duitse kleinburgerdom te bestempelen en ook hedendaagse anarchisten krabben zich nog altijd achter de oren als de naam Stirner weer eens valt : want hoe valt diens egoïsme te rijmen met de gedachte van de collectieve solidariteit? Anarchisten hebben hem weliswaar ingelijfd maar het blijft de vraag hoe Stirner zelf op die huldiging gereageerd zou hebben. Zeer waarschijnlijk negatief (net als Nietzsche later). Een van de weinige positieve geluiden uit de intellectuele mainstream kwam van de Rotterdamse cultuurhistoricus en hoogleraar Oerlemans die destijds in zijn boeiende dissertatie 'Autoriteit en Vrijheid' de radicale kritiek van Stirner serieus nam om het alomaanwezige illusionisme van de negentiende eeuw te analyseren. Verder bleef Stirner onverminderd populair in de kleine vrijdenkende marge die hem als emancipator van het vrije denken beschouwde. De invloed van Anton Constandse - die veel over Stirner publiceerde - is daar beslist debet aan. Toch heeft mij die selectieve belangstelling altijd gefrappeerd. Stirners persoonlijke leven was eerder slaapverwekkend dan opwindend, en zijn invloed op Duitse jonghegelianen was slechts minimaal. Maar waarom besteedde Marx dan ruim tweederde van 'Die heilige Familie' (1845) aan het werk van de kraamvader van het egoïsme?

Na de dood van Hegel - die grote indruk maakte met zijn dialectische wijze van denken - splitsten zijn leerlingen zich op in drie richtingen waarvan de jonghegelianen (ook wel linkshegelianen genoemd) de meest extreme standpunten verwoordden. Zij omarmden een pantheïsme (de gedachte dat slechts de Geest - met een hoofdletter - Absoluut en Eeuwig is) dat soms zelfs atheïstische trekken vertoonde. De verkondigers van dit radicale hegelianisme waren vooral talentvolle jonge intellectuelen die in de talrijke autoritair-conservatieve Duitse staatjes weinig vooruitzicht op een succesvolle maatschappelijke loopbaan hadden. Fanatieke censuurcommissies - vooral bestaande uit historici - zorgden dat publicaties gedwarsboomd en spreekbuizen de mond gesnoerd werden. Zo werd David Friedrich Strauss weggepromoveerd en kreeg Bruno Bauer zijn ontslag aan de universiteit van Bonn. Kritiek op het conventionele christendom kon slechts met mondjesmaat geventileerd worden. Hierdoor werden de debatten gedwongen 'ondergronds' te gaan en ontwikkelde de jonghegeliaanse filosofie zich vooral gefrustreerd in rokerige achterzaaltjes, zoals in de Berlijnse 'Weinstube' van baas Hippel. In de jaren veertig (van de negentiende eeuw) debatteerden aldaar op heftige wijze jonge intellectuelen als Marx, Engels, Stirner, Bakoenin en Bauer (de zogenaamde Doctor-club), maar ook kunstenaars en bohemiens. In dit lokaal werden de alcohol en het handgemeen niet geschuwd. De felle kritiek op de kerken en de censuur, maatschappelijke frustraties, en de onmogelijkheid homoseksualiteit openlijk te uiten maakten van de 'Berliner Freien' een agressieve groep publicisten die de emancipatie van het unieke individu verdedigden tegenover de almacht van de centrale overheden. Met andere woorden: vooral historische omstandigheden dwongen de Vrijen naar een anarchisme.
(...)
De beruchte filosofie van dit Berlijnse egoïsme kreeg vorm in 'Der Einzige und sein Eigentum', een boek dat Stirner in 1844 publiceerde. Het werk is niet zozeer een uiteenzetting van het denken van Johann Caspar Schmidt - de ware naam van Stirner - maar juist een weergave van de vele discussies die de Berlijnse Vrijen in hun 'Sturm und Drang'-periode hielden. De toon van het werk is fel, ongearticuleerd, radicaal en heerlijk polemisch. Toch waren heel wat Vrijen al ver verwijderd van het absolute idealisme dat Stirner verdedigde. Marx en Engels bijvoorbeeld helden steeds meer over tot een materialistische levensbeschouwing en namen afstand van hun 'wilde razen' van weleer. De ongemeen felle kritiek van hun hand op Stirner doet opnieuw vermoeden dat het hier allereerst om een persoonlijke afrekening met jeugdfrustraties gaat.

Maar toch, Stirners werk bleef een welkome handleiding voor het mondige individu dat als een Don Quichote zijn wapens opnam tegen de windmolens van het Spektakel. Stirner werd een metafoor voor de rebellerende Vrije Mens, of de Hogere Mens. Ook Nietzsches Übermensch kan nauwelijks zonder Stirner begrepen worden. Voor menig anarchist stond Stirner model voor het prototype mens dat bij uitstek geschikt zou zijn voor de anarchie. Toch, slechts weinigen lazen hem. En hoe rationeel zijn werk ook geschreven is, Stirner is en blijft een mysticus, een Zarathoestra, een eenzame opstandeling die de mensen aanspoort hun ketenen te verbreken. Zijn wereldbeeld is statisch en beslist niet dynamisch. Hij gelooft in Waarheid en in de Vrije Mens; hij verwerpt het weten en propageert het begrijpen; en verheerlijkt zijn Wil om het determinisme te compenseren.

Stirner bbbb Stirner bbbbbStirner bbbbHet graf van Stirner in Berlijn
Der Einzige und sein Eigenthum wwwwwww Geschichte der Reaction wwwwwwwwwww Max Stirner wwwwwwwwwwww Het graf van Stirner te Berlijn.wwwwwwww

Het werk van Stirner is een romantisch werk waarin 'the quest for natural man' centraal staat : een gedachte die de anarchisten sinds het fin-de-siècle met hem deelden. De achterliggende gedachte is dat diep in ons zelf onze eigen Ik verborgen ligt, onze natuurlijke of authentieke oer-Ik, die door het christendom en de politieke ideologieën verkracht en verdrongen is (een gedachte die vandaag nog altijd onder vrijdenkers leeft). Slechts de krachtige Wil is in staat het Ik uit zijn slop halen.
Vandaag de dag denken we echter beter te weten : er is wellicht geen 'natuurlijke' of 'oorspronkelijke' Ik. En wat is eigenlijk identiteit? Is dat geen achterwaartse reis langs plaatsen waar we al geweest zijn? Is de idee van de universele moraal wel houdbaar? Is de gedachte van een 'natuurlijke orde' eigenlijk geen romantische illusie? Is 'De Mens' geen fictieve constructie? Is het anarchisme eigenlijk geen 'quest for natural society' en dus een gepasseerd station? Gelukkig is het niet aan mij om antwoorden op deze heikele vragen te formuleren. Toch zou het te ver gaan Stirners werk als onbenullig romantisch en achterhaald te beschouwen. Boeiende auteurs als Jean Marie Guyau, Friedrich Nietzsche, Eduard von Hartmann, Benjamin Tucker, Albert Libertad, Han Ryner, Emile Armand, Edmund Husserl, Raoul Vaneigem, Jurgen Habermas, Bob Black en Hakim Bey ondergingen allen voor kortere of langere tijd zijn invloed.

Het is daarom een goede zaak dat de Rotterdamse uitgeverij Cagliostro opnieuw een werkje van Stirner het licht heeft laten zien. Uitgever Theo Spaan - een overtuigde stirneriaan - brengt al jaren de vertaling 'De Eenige en zijn Eigendom' in een reprint op de markt en kwam onlangs met 'Het leugenachtige princiep onzer opvoeding of 't Humanisme en Realisme' waaraan ik bovenstaande citaten ontleende. Dit artikel werd in 1842 in Duitsland gepubliceerd en in 1907 vertaald door de Vlaamse Zeeuw Jaak Lansen. De vertaling is weliswaar beroerd maar voor velen zal het de eerste maal zijn dat we een Nederlandstalige tekst van een onbekend Stirner-artikel voorgeschoteld krijgen. In dit 25 pagina's tellende werkje kritiseert Stirner op zijn bekende wijze 'humanistische' en 'realistische' onderwijskundigen en pedagogen die er maar niet in slagen vrije persoonlijkheden te kweken. Voor lezers met enige historische belangstelling is dit boekje een aardige aanvulling voor de boekenkast. Boekenwurmen die niet eerder met Stirner in aanraking kwamen kunnen beter diens Eenige aanschaffen dat nog altijd bij dezelfde uitgever verkrijgbaar is.

* Max STIRNER, Het leugenachtig princiep onzer opvoeding of 't Humanisme en Realisme, Rotterdam (Cagliostro, Postbus 3210, 3003 AE), 1993, 28 p. (Oorspronkelijk verschenen in Die Rheinische Zeitung van 10-12-14-19 april 1842 en in 1907 vertaald en uitgegeven door Jaak Lansen).
* Max STIRNER, De Eenige en z'n Eigendom, Rotterdam (Cagliostro), 1988, 175 p. (vertaling van Jaak Lansen, Antwerpen 1906).
* Bernd A. LASKA, Der Schwierige Stirner. - Wolfgang BEYER (red.), Anarchisten. Zur Aktualitat anarchistischer Klassiker, Berlin (Oppo Verlag), 1993.

(Bovenstaande tekst is overgenomen van http://www.siebethissen.net/Marginalia/1995_Max_Stirner.htm)

 

3. Henry David Thoreau (12 juli 1817 - 6 mei 1862).

De Noord-Amerikaan Thoreau was in zijn tijd een gewaardeerde schrijver, dichter, filosoof en historicus. Hij is vooral bekend geworden met zijn boek "Walden; or, life in the woods" (1854) waarin hij een beschrijving geeft van zijn eenvoudig, teruggetrokken, zelfvoorzienend leven in de buurt van Walden Pond, aan de rand van een woud in Massachusetts in de Verenigde Staten.

"Walden" van H.D. Thoreau vThoreau w Henry David Thoreauw H.D. Thoreau
wwwwwwwwwwwwwwwwwwwwwwwwwww H.D. Thoreau in 1854 wwwwwwwwwwwwwwwwwwwwwwwwwwwwwwwwwww H.D.Thoreau in 1861 wwwww

Met dit gelukkig en autonoom bestaan, in harmonie met de natuur, contesteerde hij het materialisme van de Amerikaanse cultuur (die volgens hem vernietigend was voor mens en natuur). Zo verzette hij zich tegen de slavernij en begin 1848 gaf hij lezingen over "The Rights and Duties of the Individual in relation to Government". Deze lezingen werden een jaar later uitgegeven onder de titel "Resistance to Civil Government" en handelden ondermeer over burgerlijke ongehoorzaamheid.

In de twintigste eeuw zouden zijn anti-staat-ideeën nog sterk hun invloed laten gelden, bijvoorbeeld op Leo Tolstoy, Marcel Proust, Mohandas Gandhi, Ernest Hemingway, Martin Luther King, de existentialist Martin Buber en de bekende anarchiste en feministe Emma Goldman. En zijn teksten worden vandaag de dag nog steeds gelezen door vele individualisten en eco-anarchisten.

 

4. Benjamin Tucker (17 april 1854 - 22 juni 1939).

Benjamin Tucker

De bekende Noord-Amerikaanse individualistische anarchist Benjamin Tucker vertaalde in zijn jonge jaren werken van Pierre Joseph Proudhon en Max Stirner naar het Engels en spoedig gaf hij het tijdschrift Liberty uit. Hierin propageerde hij zijn eigen libertaire standpunten en verder ook werk van geestesgenoten, o.a. van Lysander Spooner, William B. Greene en Josiah Warren. De 'vrije gedachte' stond hoog in zijn vaandel en in Liberty vond men ook teksten van de 'vrije liefde'-beweging. Verder publiceerde het blad voor het eerst in de Verenigde Staten werk van George Bernard Shaw en Friedrich Nietzsche.

Lysander Spooner (1808-1881)GREENE William BatchelderJosiah Warren
Lysander Spooner,xxxxwxxx William Batchelder Greene &xxxwwxxxxxxxx Josiah Warren.

Tucker noemde zijn individualistisch anarchisme Anarchistic-Socialism waarvan hij liet weten dat "(the) most perfect Socialism is possible only on the condition of the most perfect individualism". En hij zette zich af tegen elke vorm van communisme, want zelfs in een niet-statelijke, communistische samenleving zou volgens hem uiteindelijk aan de individuele vrijheid afbreuk gedaan worden.



5. In Frankrijk.

Anselme Bellegarigue (1820-25 - eind 19de eeuw).

Over de Fransman Bellegarigue is weinig geweten. Feit is dat hij in 1846-1848 een reis door Noord- en Midden-Amerika maakte en daarbij passeerde in de steden New-York, Boston en New-Orleans. Verder was hij een tijdje in de Antillen. Gedurende deze reis raakte hij doordrongen van democratische waarden en werd hij een voorstander van individuele vrijheden.
Begin 1848 keerde Bellegarigue terug naar Frankrijk en hij nam er deel aan de revolte tegen haar laatste koning Louis-Philippe. De dag na de opstand zei een jonge arbeider hem : "Deze keer gaan we onze overwinning niet laten stelen." Waarop hij antwoordde : "Dat is al gebeurd. Hebben jullie geen 'gouvernement provisoire' aangesteld ?" En tijdens de Tweede Republiek (1848-1851) leverde hij felle kritiek op de autoritaire centralisatie die toen plaats vond, want hij dacht dat die zou leiden naar een nieuwe slavernij. In die zin zei hij : "L'anarchie c'est l'ordre, et le gouvernement la guerre civile." En tezelfdertijd propageerde hij burgerlijke ongehoorzaamheid. Hij zei ondermeer : "
Le démocrate n'est pas de ceux qui commandent, car il est celui qui désobéit. Vous avez cru jusqu'à ce jour qu'il y avait des tyrans ? Et bien ! vous vous êtes trompés, il n'y a que des esclaves : là où nul n'obéit, personne ne commande."
In 1849 richtte hij samen met vrienden nabij Parijs een vrijdenkerskring op met de bedoeling anarchistische propaganda te voeren, maar de club ging wegens vervolgingen spoedig ter ziele. Dat nam niet weg dat
Bellegarigue toch enkele artikels, brochures en een blad publiceerde, bijvoorbeeld in 1850 'L'Anarchie, journal de l'ordre' waarin het eerste "manifeste anarchiste" ter wereld zou zijn verschenen.

Het "manifeste anarchiste" van A. BELLEGARRIGUE
(1850, Engelse vertaling van 2002 : 7 + 35 p.)

"The first Anarchist manifesto, written in 1850, declares ‘Anarchy is order, whereas government is civil war’ and argues – with language as sharp even now as any against the delusion that voting does any good for anyone but politicians and puts the case that the established power structure is a gigantic crime against humanity.
Every individual who, in the current state of affairs, drops a paper into the ballot box to choose a legislative authority or a executive authority is – perhaps not wittingly but at least out of ignorance, maybe not directly, but at least indirectly – a bad citizen. I repeat what I have been saying and take back not a single syllable of it.
An introduction by Sharif Gemie places Bellegarrigue in his social and political context of the struggles for emancipation following on from the French revolution."
(http://www.katesharpleylibrary.net/2ngfjc)

In 1852 keerde hij terug naar Midden-Amerika, met name naar Honduras en later naar San Salvador waar hij het bracht tot minister. En drie jaren later trok hij zich terug in een vie sauvage aan de Amerikaanse westkust (aan de Stille Zuidzee).
Bellegarigue's anarchisme gaat te leen bij de filosofische inzichten van Pierre-Jospeh Proudhon, de belg Gustave de Molinari (Luik, 3 maart 1819 - Adinkerke, 28 januari 1912) en Max Stirner. En hij komt uit bij het individualistisch anarchisme dat we ook terugvinden bij de meer hedendaagse, Amerikaanse Ayn Rand : "
Tout homme est un égoïste; quiconque cesse de l'être est une chose. Celui qui prétend qu'il ne faut pas l'être est un filou. L'abnégation, c'est l'esclavage, l'avilissement, l'abjection ; c'est le roi, c'est le gouvernement, c'est la tyrannie, c'est la lutte, c'est la guerre civile. L'individualisme, au contraire, c'est l'affranchissement, la grandeur, la noblesse; c'est l'homme, c'est le peuple, c'est la liberté, c'est la fraternité, c'est l'ordre."

"liberté, individualité, fraternité"

Andere Franse anarcho-individualisten waren bijvoorbeeld Joseph Albert alias (Albert) Libertad, André Lorulot, Emile Armand, Victor Serge, Zo d'Axa en Rirette Maitrejean.

Libertad wAndré LorulotwEmile Armandw Victor Serge w Zo d'Axa w Rirette MAITREJEAN
Joseph Albert wwwwwwww André Lorulot wwww Emile Armand wwwwwwwww Victor Serge wwwwwwwwwwww Zo d'Axa wwwwwww Rirette Maitrejean

In 1905 vinden we teksten van hen terug in het individualistisch blad L'Anarchie en later ook in EnDehors. Zij combineerden trouwens uiteenlopende ideeën met hun individualisme. Zo was Emile Armand bijvoorbeeld tegen het gebruik van geweld en voor de 'vrije liefde'. En hij propageerde ook mutualistische opvattingen. Albert Libertad en Zo d'Axa van hun kant hadden anarcho-communistische doelstellingen en zij schuwden gewelddadige acties niet.
Verder moet nog vermeld worden dat de pacifist en individualistisch anarchist
Henry Ner (1861-1938), die rond 1900 zijn naam veranderde in Han Ryner, in 1903 een Petit Manuel individualiste uitgaf.

Han RYNER b x v x v Han RYNER
(Foto's en boeken van Han RYNER.)

Han Ryner maakte een ontwikkeling door van antiklerikaal, vrijdenker, socialist tot individualist. Verder werd hij getypeerd als een ‘niet-gewelddadige, anti-klerikale, anti-kapitalistische, anti-militaristische, anti-kolonialistische, maar ook feministische autonoom en aanhanger van de vrije vereniging’. Teksten van hem verschenen in verscheidene (individualistische) tijdschriften en hij schreef ook een vijftigtal boeken. In het voorjaar van 2010 werd nog zijn Petit manuel individualiste heruitgegeven.


In Franse individualistische kringen werd ook aardig wat geëxperimenteerd, bijvoorbeeld rond 'naturisme' en 'vrije liefde'. En van hieruit was er natuurlijk ook invloed op de anarcho-individualisten. Zo werd anarchistisch naturisme gepromoot door Henri Zisly (1872-1945), door de schrijver en schilder Emile Gravelle (1855-1920) en door de in België geboren vegetariër Georges Butaud (1868-1926), die tegelijk experimenteerde met anarchistische kolonies.

Henri Zisly w w Georges Butaud
ww Henri Zisly www Georges Butaud

"A bas la Civilisation! Vive la Nature!"


6. In Italië.
In Italië was het individualistisch anarchisme sterk verbonden met illegale acties en met de gewelddadige Propaganda door de Daad.
De bekendste Italiaanse individualistische anarchist was Abele Rizieri Ferrari (1890-1922) alias Renzo Novatore.

Renzo NOVATORE

Deze anti-fascistische schrijver, dichter en filosoof stond als 'illegalist' achter 'criminele' actiemiddelen. Zijn bekendste boek was getiteld : "Verso il nulla creatore" (Naar het creatieve niets).
Naar het einde van de Eerste Wereldoorlog deserteerde Renzo Novatore uit het leger en al vluchtend propageerde hij desertie en gewapende opstand tegen de staat. En hij was betrokken bij een anarcho-futuristisch collectief in La Spezia en bij de militante anti-fascistische groep "Arditi del Popolo".
Verder schreef hij verscheidene artikels in anarchistische bladen.

x

Rond 1920, met de opkomst van de fascistische milities, ging hij ondergronds werken en sloot hij aan bij de anarchistische roversbende van Sante Pollastro. Maar in november 1922 liep hij in een hinderlaag van de carabinieri en werd hij dood geschoten.
Het individualistisch anarchisme van Novatore beriep zich op Stirner en had het over de "heroïsche schoonheid van het anti-collectivistische en creatieve Ik".


7. In Spanje.
Het Spaanse anarchisme werd sterk beïnvloed door het individualistisch anarchisme in de Verenigde Staten en in Frankrijk. De bekendste buitenlandse denkers die van tel waren, waren Stirner, Emile Armand en Han Ryner.
En de belangrijkste Spaanse individualistische anarchist was Miguel Ramos Giménez(1888-1973), alias Miguel Giménez Igualada, alias Juan de Iniesta. In de jaren twintig van vorige eeuw was hij actief in de anarcho-syndicalistische C.N.T. en in 1937-1938 publiceerde hij als uitgever van het anarcho-individualistische blad Nosotros teksten van Ryner en Armand. Verder werkte hij ook mee aan het blad Al Margen: Publicación quincenal individualista.

Miguel Giménez Igualada
Miguel Ramos Giménez

Het gedachtengoed van Miguel Ramos Giménez was beïnvloed door de filosoof Max Stirner. Zo schreef hij bijvoorbeeld het voorwoord van diens vierde uitgave van "De Eenige en z'n Eigendom" (1900).
Later trachtte hij een Spaanse federatie van individualistische anarchisten op te richten. En in 1956 publiceerde hij een lijvig werk over Max Stirner dat hij opdroeg aan de Franse pacifist en individualistische anarchist Émile Armand. Daarna week hij uit naar Argentinië, Uruguay en Mexico.
Tot slot melden we nog dat hij in 1968 een overzichtswerk over het individualistisch anarchisme, "Anarquismo", uitgaf.

 

8. In Duitsland.
De in Schotland geboren Duitser John Henry Mackay (Greenock, 6 februari 1864 - Berlijn, 16 mei 1933), alias Sagitta, ging de geschiedenis in als de belangrijkste propagandist van het individualistisch anarchisme.
Mackay's Schotse vader was gestorven toen hij amper een jaar oud was en hij werd opgevoed bij zijn moeder in Duitsland. Als telg uit een welgestelde familie hoefde hij niet te gaan werken en kon hij zich voltijds bezig houden als dichter, schrijver en ... anarchist. Als jonge man ging zijn aandacht bijvoorbeeld uit naar Max Stirner en op zevenentwintig jarige leeftijd verscheen van hem de roman "Die Anarchisten". Op slag was hij bekend en het boek werd uitgegeven in verschillende talen (ook in het Nederlands).

John Henry Mackay w J.H. Mackay, Die Anarchisten, 1891

Rond 1890 vertoefde Mackay veel in een Berlijnse bohémien-kringen en raakte hij betrokken bij de Friedrichshagener Kreis, waar vele naturalistische schrijvers en kunstenaars elkaar ontmoetten. Hier kwam hij ook de anarchisten Gustav Landauer, Erich Mühsam en Max Nettlau tegen.
En hij bewonderde vooral de individualist Max Stirner over wie hij in 1898 een biografie schreef en wiens werken hij uitgaf. Verder schreef hij (samen met Rudolf Steiner) dat jaar het pamflet "Sind Anarchisten Mörder?"
en onderhield hij een briefwisseling met de Amerikaanse individualistische anarchist Benjamin Tucker. En in 1920 verscheen dan zijn anarchistische geloofsbelijdenis, Der Freiheitsucher, die spoedig in het Nederlands vertaald werd.
Tussen 1906 en 1926 publiceerde hij onder de aliasnaam Sagitta ook een zevendelige boekenreeks rond homoseksualiteit, met name "Die Bücher der namenlosen Liebe". Voordien, in 1905, had hij reeds een aantal homogedichten gepubliceerd en in 1926 gaf hij het boek Der Puppenjunge uit, "een titel die nog het beste te vertalen is als 'De hoerenjongen'. Dit boek beschrijft op aangrijpende wijze de gedoemde liefde van een nette jonge kantoorbediende voor een mannelijke prostitué, een onderwerp dat nooit eerder genuanceerd in de literatuur was behandeld. Het boek maakte indruk in de homowereld van de jaren twintig, en het wordt nog steeds verkocht." (http://nl.wikipedia.org/wiki/John_Henry_Mackay)

Een andere bekende Duitse individualistische anarchist was Adolf Brand
(Berlijn, 14 november 1874 - 2 februari 1945), die een van de eerste homo-tijdschriften in de wereld uitgaf, nl. Der Eigene (1896-1932). (Aan dit tijdschrift werkten ook de anarchisten Erich Mühsam en Sagitta (J. H. Mackay) mee.)

w Der Eigene (1906) w x

Brand publiceerde in dit tijdschrift vele zelfgeschreven gedichten en artikels en verder gaf hij in 1899-1900 ondermeer de invloedrijke anthologie van homo-erotische literatuur van Elisar von Kupffer's uit. In 1899 werd hij veroordeeld tot een jaar gevangenisstraf voor het slaan van een katholieke Reichstag-afgevaardigde met een hondenzweep. Nadien raakte hij betrokken bij een homo-rechten-organisatie en in 1903 leidde hij samen met de wetenschapper en theoreticus Benedict Friedlaender en met Wilhelm Jansen de organisatie Gemeinschaft der Eigenen die homofilie (en oud-Griekse pederastische liefde) propageerde en naturistische, nudistische kampeertochten op touw zette.

Adolf Brand in 1907 w Adolf BRAND in 1924 w Adolf Brand
Adolf Brand in 1907, 1924 en na 1930.

Verder trok Brand van leer tegen bekende personen die openlijk homofilie afkeurden terwijl ze in het geniep zelf homo waren. Zo bekladde hij Bernhard Fürst von Bülow de toenmalige kanselier van het Duitse Rijk, waardoor hij opnieuw achttien maanden in de gevangenis belandde. In 1905 zou Brand nog eens twee maanden opgesloten worden, maar hij bleef bezig als homoseksueel activist tot begin jaren dertig toen de Nazi's het blad Der Eigene verboden.

9. In Rusland.
Pável Dimítrievich Turchanínov (? - 21 september 1921), beter gekend onder zijn aliasnaam Lev Chernyi, was een Russisch, anarchistisch theoreticus, dichter en activist.
Reeds in 1907 had hij in navolging van Stirner en Tucker een 'vrije associatie van onafhankelijke individuen' verdedigd.
Maar hij trad vooral naar voor na de oktoberrevolutie in 1917, toen hij bevrijd werd uit een Siberische gevangenis van de tsaar. In die dagen liet hij zich opmerken als individualistische anarchist en daarbij verwierp hij bijvoorbeeld de anarcho-communistische standpunten van Peter Kropotkin. Chernyi kende heel wat aanhangers onder de Moskouse arbeidersbevolking en spoedig was hij een bekende ideoloog van het anarchisme. Hij was trouwens ook de secretaris van de federatie van anarchistische groepen van Moskou.
In de lente van 1918, toen de allesomvattende repressie van de bolsjevieke machthebbers fel toegenomen was, ontstond o.l.v. Chernyi de fameuse Zwarte Garde die militair weerwerk wilde leveren. Maar de overmacht van de bolsjevieken was te groot en vele anarchisten werden gearresteerd.

P. D. TURCHANINOV alias Lev CHERNYI
Lev CHERNYI

Het werd de anarchisten steeds duidelijker dat van de bolsjevieken niets te verwachten viel. Het bolsjevisme kwam steeds meer neer op een mensonterende dictatuur die voor de gewone mensen nog erger was het verfoeilijke regime van de vroegere tsaar.
Chernyi
sloot dan maar aan bij ondergrondse weerstandsgroepen die de autoritaire staatsstructuren met hand en tand bekritiseerden. Toen in september 1919 enkele ondergrondse anarchisten het hoofdkwartier van de Communistische Partij in Moskou opbliezen, namen de autoritaire communisten de kans te baat om de anarchisten nog feller te vervolgen. Eveneens Chernyi werd nu gearresteerd, ook al had hij niets met de aanslag te maken gehad. En in
1921, de eerste dag van de herfst, werd hij door de beruchte binnenlandse veiligheidsdiensten van de Cheka zonder proces geëxecuteerd. (Volgens 'anarchisme-historicus' Paul Avrich moet dit laatste genuanceerd worden : Chernyi werd hoogstwaarschijnlijk doodgefolterd !)


10. In Groot-Brittannië en Ierland.
De meest bekende Ierse individualistische anarchist was ongetwijfeld de schrijver en dichter Oscar Wilde. Over hem vindt je meer informatie bij de rubriek 'Internationaal bekende anarchisten'.

Verder noemen we hier de eind-negentiende-eeuwse individualistische anarchisten Wordsworth Donisthorpe (1847-1913), Joseph Hiam Levy (1838-1913), Albert Tarn (1881-1908) en Henry Seymour. Zij stonden sterk onder invloed van de kring rond het blad Liberty (van de Amerikaan Benjamin Tucker) en half jaren tachtig van de negentiende eeuw kwam Seymour met een eigen blad : The Anarchist (1885). Later, toen hij meewerkte aan het blad The Adult: A Journal for the Advancement of Freedom in Sexual Relationships, ging zijn interesse uit naar 'vrije liefde'.
Verder was er de dichter, filosoof en kunsthistoricus Herbert Read (1893-1968) die ondermeer schreef over Godwin en Stirner en die o.a. de werken Anarchy & Order (1938); Poetry & Anarchism' (1938), 'Philosophy of Anarchism' (1940), 'The Paradox of Anarchism' (1941), 'Existentialism, Marxism and Anarchism' (1949), 'To Hell With Culture' (1963) en 'My Anarchism' (1966) uitgaf.

Herbert READ w Herbert READ w Herbert READ
wwww Herbert READ in 1958

(In 2009 verscheen van 'My Anarchism' een vertaling in het Nederlands : Herbert READ, Mijn anarchisme. - Anarchistische Teksten, nr. 16, Amsterdam, 33 p.)

Tenslotte vermelden we nog de econoom Henry Meulen (1882-1978), die een voorstander was van vrijere bankregels.

Henry MEULEN
Henri MEULEN in 1949


11. Latijns-Amerika.
De Columbiaanse schrijver en activist Vicente Rojas Lizcano (1879-1943), alias Biófilo Panclasta, was een bekende, individualistische anarchist. Hij was beïnvloed door de ideeën van Stirner en Nietzsche en hij was vaak op tocht in de Midden- en Zuid-Amerikaanse landen waar hij zijn individualistisch anarchisme propageerde. In 1906 was hij ook aanwezig op een arbeiderscongres in Amsterdam.

Vicente Rojas Lizcano, alias Biófilo Panclasta w Panclasta in 1940
In 1929 in gevangenschap w w w Panclasta in 1940 w w

Hij schreef ondermeer de boeken "Siete años enterrado vivo en una de las mazmorras de Gomezuela: Horripilante relato de un resucitado" (1932) en "Mis prisiones, mis destierros y mi vida" (1929), waarin hij ingaat op zijn ideeën en op zijn leven als activist, avonturier en vagebond en zijn gevangenzetting in verscheidene landen.
Typerend voor zijn extreem individualisme zijn de woorden die hij in 1910 tegen Kropotkin zei : “Yo no soy un anarquista, (...) yo soy yo. Yo no dejo una religión por otra, un partido por otro, un sacrificio por otro. Yo soy un espíritu liberado, egotista. Yo obro como yo siento, yo no tengo más causa que la mía.

Een andere bekende Zuid-Amerikaanse individualistische anarchist was de anarcha-feministe Maria Lacerda de Moura (1887-1945). Deze Braziliaanse onderwijzeres en journaliste stamde uit een anti-clericale vrijdenkersfamilie. Beïnvloed door het pacifisme van Francisco Ferrer, Albert Einstein en Mahatma Gandhi kwam zij op voor de armen en later in São Paulo raakte ze betrokken in de anarchistische en arbeiderspers. In 1906 was ze bijvoorbeeld als journaliste betrokken bij het anarchistische weekblad A Terra Livre. Verder gaf ze lezingen bij vakbonden, in culturele centra en aan anarchistische theatergroepen, ondermeer over opvoeding, vrouwenrechten, 'vrije liefde' en anti-militarisme.

Maria Lacerda de Mouraw Maria Lacerda de Moura w Maria Lacerda de Moura w Maria Lacerda de Moura
(Maria Lacerda de Moura)
x

Ook als schrijfster over pedagogische onderwerpen raakte ze bekend, zowel in Brazilië als Argentinië en Uruguay en in februari 1923 startte ze met het maandblad Renascença waarin anarcha-feministische standpunten en sociale onderwerpen aan bod kwamen en dat verspreiding kende in Brazilië, Argentinië en Portugal.
Maar Maria Lacerda was vooral beïnvloed door de ideeën van individualistische anarchisten Han Ryner en Emile Armand.

12. Na de Tweede Wereldoorlog.
Franse individualistische anarchisten gaven van 1945 tot 1956 samen met Emile Armand het maandblad L'Unique uit waarin hoofdzakelijk moraal-filosofische onderwerpen aan bod kwamen.

Emile Armand w L'Unique
Emile Armand wwwwwwwwwwwwwwwwwwwwwwwwwwwww

En de Spaanse individualistische anarchist Miguel Giménez Igualada publiceerde in 1956 een uitgebreide verhandeling over Max Stirner. Twaalf jaar later, in 1968, gaf hij het boek "Anarquismo" uit dat vooral handelde over individualistische, anarchistische theorieën.

Miguel Giménez Igualada
Miguel Giménez Igualada


Verder was er de Franse schrijver Albert Camus (1913-1960) die het in zijn boek "L'Homme révolté" deels over Stirner had.

Albert Camus w L'homme révolté
Albert Camus wwwwwwwwwww

En de Britse individualistische anarchist Sindney Parker (1930- ) schreef artikels en gaf tussen 1963 en 1993 de anarchistische bladen Minus One, Egoist en Ego uit.

In Italië waren in 1945 op het stichtingscongres van de Italiaanse Anarchistische Federatie individualistische anarchisten present, ondermeer Cesare Zaccaria (1897-1961). Twintig jaar later, in 1965, splitste zich de Gruppi di Iniziativa Anarchica af van de federatie en in de jaren zeventig bestond deze nieuwe groep voornamelijk uit individualistische, anarchistische veteranen die zich bezig hielden met naturisme, pacifisme, enz...
Verder is er bijvoorbeeld de hedendaagse revolutionaire anarchist Michele Fabiani (1987 - ) die vanuit een expliciet individualistisch anarchisme het essay "Critica individualista anarchica alla modernità" schreef.

Michele FABIANI
Michele Fabiani

De Brit Saul Newman (1972- ) bekijkt het negentiende eeuwse anarchisme door de post-structuralistische lens van de jaren tachtig-negentig van vorige eeuw. Hij populariseerde dit denken in 2001 in het boek "From Bakunin to Lacan: Anti-Authoritarianism and the Dislocation of Power".

w x w x w
"I am Not a Man, I am Dynamite!"

Verder schreef Saul Newman verscheidene essays over Stirner, onder meer "War on the State: Stirner and Deleuze's Anarchism." en "Empiricism, pluralism, and politics in Deleuze and Stirner." waarin hij overeenkomsten aangeeft tussen het denken van Stirner en de post-structuralist Gilles Deleuze.

Na 2000 deed de catalaanse historicus Xavier Diez doorgedreven onderzoek naar de aanwezigheid van individualistisch anarchisme in Spanje. Hij publiceerde bijvoorbeeld het boek "El anarquismo individualista en España: 1923-1938" en verder ook "Utopia sexual a la premsa anarquista de Catalunya. La revista Ética-Iniciales(1927-1937)" dat onder meer over de 'vrije liefde'-gedachte binnen het Spaanse individualistisch-anarchisme gaat.

Etica-Iniciales

Tenslotte vermelden we nog het actuele tijdschrift L'EnDehors dat sinds 2002 verscheidene artikels over kapitalisme, mensenrechten, vrije liefde en sociale strijd bracht en heden ten dage verschijnt als web-site : http://joueb.com/anarchie/

13. Critici.
De Amerikaanse libertaire socialist Murray Bookchin (1921-2006) bekritiseerde het individualistisch anarchisme wegens haar verzet tegen democratie en haar verwerping van de klassenstrijd. Voor Bookchin was het een te veel aan 'vrijheid ten koste van de anderen' en een te veel aan lifestylism.

De Britse anarcho-communist Albert Meltzer (1920-1996) stelde dat het individualistisch anarchisme grondig verschilt van het revolutionaire anarchisme. Zo kon hij niet begrijpen dat de individualistische anarchist Benjamin Tucker een voorstander was van privé-milities die ingezet werden om stakingen te breken omdat zij daarmee in feite de burgerlijke staatsfuncties overnamen. Om dezelfde redenen trok Meltzer trouwens van leer tegen het anarcho-kapitalisme.

De Ierse schrijver en socialist/communist George Bernard Shaw
(1856-1950) had in zijn jonge jaren geflirt met het individualistisch anarchisme maar nam er afstand van toen hij tot de vaststelling kwam dat het niets met socialisme te maken had. Het leidde immers naar meer ongelijkheid omdat het de accumulatie van rijkdom niet tegenging.

BIBLIOGRAFIE :
Y. PAGES, Les premières armes de la critique : retour aux sources de l'individualisme anarchiste de Victor Serge, dit "le Rétif" - P. DELWIT & A. MORELLI, Victor Serge. Vie et oeuvre d'un révolutionnaire. Actes du colloque organisé par l'Institut de Sociologie de l'ULB 21-23 mars 1991, Brussel, 1991, p. 299-311.
Jan MOULAERT, Rood en zwart..., p. 352-356.
Paul AVRICH, The Russian Anarchists...;
Frank H. BROOKS, The Individualist anarchists...

Michel PERRAUDEAU, Dictionnaire de l'individualisme libertaire...
http://www.anarchy.no/anarcho4.html (over individualisme en Benjamin Tucker)
http://www.max-stirner-archiv-leipzig.de/
http://en.wikipedia.org/wiki/Miguel_Gim%C3%A9nez_Igualada
http://nl.wikipedia.org/wiki/John_Henry_Mackay
http://en.wikipedia.org/wiki/Lev_Chernyi#CITEREFAvrich2006
http://en.wikipedia.org/wiki/Individualist_anarchism
http://en.wikipedia.org/wiki/Individualist_anarchism_in_Europe
http://en.wikipedia.org/wiki/Individualist_anarchism#Since_1945