De SPAANSE BURGEROORLOG

home
chronologie
1918 - 1940

19 juli 1936 brak in Spanje een revolutie uit. Arbeiders gingen gewapend de straat op en versloegen op veel plaatsen de militairen en de Guardia Civil, die een dag eerder een opstand waren begonnen om de jonge republiek om zeep te brengen. Mensen die eeuwenlang onderdrukt waren geweest hadden het nu eindelijk voor het zeggen. En ze wilden alles anders.
Het land, de fabrieken, de straat, alles voor iedereen. De kerken werden leeggehaald, de inboedels verbrand, de rijkdommen door comités verdeeld. Gebouwen en auto's werden in beslag genomen en tegelijk volgekalkt met "CNT" en "FAI" (de anarchistische vakbonden), de rechters weggeschopt, de kranten overgenomen, affiches geplakt om ook de gewone mensen (die veelal analfabeet waren) eens te informeren, het openbaar vervoer en de fabrieken werden gecollectiviseerd, land en bezit verdeeld, gevangenissen leeggehaald. Het was een enorme uitbarsting van enthousiasme waarin één ding voorop stond : breken met het verleden. Geen kerken, bazen, militairen en Guardia's, maar boeren en arbeiders die het te vertellen hebben.

tinyCNTFAIposter


Spanje was in de jaren dertig een van de armste landen van Europa, met bikkelharde tegenstellingen. Er heerste een kleine, zeer rijke laag van voornamelijk grootgrondbezitters, gesteund door een aartsconservatieve katholieke kerk die zelf ook schatrijk was. Al sinds de middeleeuwen zijn in Spanje de belangen van het staatsgezag en van de rooms-katholieke geestelijkheid hetzelfde.
Bischoppen en kloosterabten waren behalve geestelijke autoriteiten ook grote landeigenaren, feodale baronnen en eigenmachtige bezitters. Dit alles veilig gesteld door regeringen, leger en Guardia Civil.
Daartegenover stond de gigantische armoede van het volk, veelal dagloners en landarbeiders. Hun inkomsten, als er al werk was, waren vrijwel nihil. Er was geen maatschappelijke steun en er heerste massale ondervoeding. Niemand had een eigen stukje grond. Velen woonden in krotten of zandkuilen. Medische voorzieningen waren er nauwelijks. Vrouwen waren er alleen om kinderen te krijgen en iedereen leerde berusten in het door god gegeven lot. Analfabetisme werd bewust in stand gehouden. Iedereen moest zijn bek houden.
Pogingen om wat aan deze diktatuur te veranderen werden afgestraft met wrede repressie : klopjachten (op revolutionairen), slachtpartijen en massale arrestaties.

In deze toestand richtten de boerenorganisaties en industriële verenigingen in 1911 een anarchistische vakbond op : de CNT (Confederacion Nacional del Trabajo), die aangesloten was bij de AIT (Asociacon Internacional de los Trabajadores). Deze uit het volk ontstane vakbond groeide snel. Een jaar later waren er al 30.000 leden. Landeigenaren namen misdadigers in dienst die de anarchisten moesten afschieten. De CNT moest zich verdedigen en speciale groepen 'solidarios' namen de strijd op tegen de 'pistoleros'. Hieruit ontstond later de FAI (Federacion Anarquista Iberica), de kern van anarchisten binnen de CNT die zich bezighield met ideologie en politieke lijn. Bovendien voerden zij bevrijdingsacties voor gevangen kameraden. Wat vroeger lokale stakingen of grondbezettingen waren, groeide nu uit tot een netwerk van groepen die elkaar steunden.

Het Spaanse volk kon zich zo goed in de CNT vinden vanwege de duidelijkheid :
- Er bestond geen bureaucratisch apparaat met bonzen. Het leidinggevend kader werkte zelf onder de arbeiders in de fabriek en leefde van eigen loon.
- De CNT was nooit een organisatie van contributiebetalers en heeft ook nooit financiële reserves gehad.
- De CNT bemiddelde nooit tussen bazen en arbeiders, sloot geen CAO's af, vormde geen stakingskassen, stelde zich kortom nooit op als 'sociale' partner van de bazen.

De CNT wilde :
- direct beheer van elke industrie door de arbeiders in die industrie zelf en het land voor hen die het bewerkten.
- bestuur van de CNT door plaatselijke comités, verzet tegen elke vorm van gecentraliseerd, autoritair gezag.
- onverbiddelijke vijandschap tegen bourgeoisie en kerk.
- het enige middel om de sociale revolutie te voeren is directe actie : stakingen, sabotage, onteigening, gewapende opstand.

In 1931 kwam er een einde aan een militaire dictatuur van acht jaar. De terreur van Primo de Rivera deed het verzet groeien. De 'linkse' partijen (van middenstandspartij tot communisten, de CNT hield zich erbuiten) bundelden zich. Het volk koos. Spanje was ineens een republiek.
Maar de verdeeldheid bleef. Een jaar later was er al een (mislukte) staatsgreep. Nog een jaar later viel de regering. Nieuwe verkiezingen werden uitgeschreven. De anarchisten riepen op tot een boycot. Voor hen maakte monarchie of republiek niets uit. Veel vrouwen, die onder de republiek kiesrecht hadden gekregen, bleken nog onder de invloed van de kerk en stemden rechts, dat overwon. Alle hervormingen werden teruggedraaid. Het verzet nam toe. Van de linkse arbeidersorganisaties (zoals de communistische PCF, de sociaal-revolutionaire POUM en de sociaal-democratische UGT en PSUC) had de CNT veruit de grootste aanhang. Op dat moment telde zij meer dan een miljoen leden en in Barcelona was ruim 80 % van de arbeiders 'anarchist'. De anarchisten organiseerden de ene staking na de andere. Maar in Asturië werden 3.000 stakende mijnwerkers beestachtig vermoord door de troepen van generaal Franco. En meer dan 30.000 mensen werden gevangen genomen.
Voor de verkiezingen van 1936 bundelde alles wat niet rechts was zich tot een Volksfront. Zelfs de anarchisten riepen op tot stemmen. Niet omdat zij voor regeren waren, maar om daardoor de beloofde amnestie voor hun kameraden te bewerkstelligen. Het Volksfront won net, de gevangenen kwamen vrij, maar rustig werd het niet. Rechts zinde op machtsovername. Moordaanslagen, ekonomische sabotage en kapitaalvlucht moesten chaos scheppen om een staatsgreep te rechtvaardigen.
Op 17 juli was het zover. Met steun die was toegezegd door Mussolini en Hitler pakte Franco eerst Spaans Marokko aan, waarna hij oprukte naar Spanje. Maar het volk reageerde overweldigend en de CNT wist onmiddellijk wat haar te doen stond : revolutie maken ! De republikeinse regering aarzelde tegen Franco op te treden, maar het volk greep de wapens, versloeg op vele plaatsen de militairen en greep alles wat haar toebehoorde : het land, de fabrieken, scholen, transportmiddelen, alles... De sociale revolutie ging haar eerste dagen in.
Binnen de bedrijven, op het land, in de milities, overal heerste een revolutionaire sfeer : commandant en gewoon soldaat, boer en militair gingen als gelijken met elkaar om. Iedereen kreeg dezelfde soldij, droeg dezelfde kleren, at hetzelfde, en noemde ieder ander 'jij' of 'kameraad'. Mannen en vrouwen waren gelijk. Er waren geen bazen- of bediendenklassen, geen priesters, geen hoeren, geen laarzen- en pettenlikkerij. Het volk had het voor het zeggen en kon alles zelf organiseren, de regering had het nakijken.
De CNT vond dit de enige manier om Franco te verslaan. Niet alleen de opstand neerslaan, maar bovenal de revolutie doorvoeren. Door de sociale revolutie zouden niemand anders dan de arbeiders zelf regeren.

CNT- FAI

De collectieven.
"Aan het volk. De CNT en FAI roepen iedereen op tot gewapende opstand. Het uur van de revolutie heeft geslagen en het ogenblik is aangebroken. Wij staan klaar voor de verwezenlijking van het anarcho-communisme. De persoonlijke eigendom is afgeschaft en alle rijkdommen zullen collectief gebruikt worden. De fabrieken, de werkplaatsen en alle productiemiddelen zullen door het georganiseerde proletariaat overgenomen worden. Alles wordt onder controle en bestuur van de bedrijfsraden en arbeidersraden gesteld, die zullen proberen de productie op het huidige peil te handhaven. Op het platteland zullen de landbouwgronden en alles wat de rijkdom van het volk vormt, ter beschikking van de vrije communes worden gesteld. Arbeiders die in slechte omstandigheden gehuisvest zijn, moeten zonder meer de huizen van de rijke klassen en de bewoonbare gebouwen bezetten. Winkels en magazijnen moeten onder controle van de wijkraden komen, die zullen zorgen voor de distributie van alle producten en die de bevoorrading van de bevolking zullen garanderen. Het gebruik van geld is afgeschaft, evenals het drijven van handel." (pamflet van de CNT-FAI)
Met de collectivisaties werd meteen na de overwinning begonnen. In Catalonië, het centrum van de industrie, kwamen de meeste fabrieken direct in handen van de arbeiders. De eigenaars en hoger personeel waren in veel gevallen gevlucht. Soms werkten ze ook mee. Het beslissen van de arbeiders in de bedrijven zelf, betekende dat er een grote verscheidenheid in aanpak ontstond. Soms een eenheidsloon, soms met verschillen; hier en daar alle macht bij de raden, op andere plaatsen hielden ze slechts toezicht. Maar het was afgelopen met de oude baas/knecht verhoudingen.

CNT-FAI


De CNT en de mensen waren goed voorbereid. De meeste bedrijven hebben maar even stilgelegen en werkten weer snel op het oude of een beter productieniveau. Winsten werden gebruikt om andere bedrijven die het moeilijker hadden te steunen. Onder geen omstandigheid werden de winsten eenvoudig verdeeld. Ze werden altijd gebruikt om het fascisme te bestrijden of om de productie te verbeteren. Om de zoveel tijd vonden er vergaderingen plaats waarin de uitvoerende comités en de arbeiders overlegden over de activiteiten en de positie van het bedrijf.
Het platteland collectiviseerde eveneens, en ook hier weer opvallend 'vanzelf'. Na eeuwenlange uitbuiting leken de veranderingen voor de boeren en arbeiders logischer dan voor vele buitenstaanders. Ook hier ontstonden vele vormen van verbruiks- en productiecoöperaties. Maar de solidariteit was in de landbouwcoöperaties tot het uiterste doorgevoerd. Iedereen had opeens voldoende te eten, en waar nodig hielpen de collectieven elkaar. Er werden gemeenschappelijke reserves aangelegd om dorpen te helpen die door de natuur minder goed bedeeld waren. Ook ontstond er spontaan een maandelijkse vergadering waarbij iedereen aanwezig was en waar besluiten collectief genomen werden. De landbouw ging snel vooruit : betere irrigatie, meer machines, grotere verscheidenheid in productie, bebossing, grotere veestapel, en het op grotere schaal bouwen van gemeenschappelijke stallen en schuren, afhankelijk van de plaatselijke omstandigheden. Handel, productie en distributie werden met elkaar in evenwicht gebracht, eerst in de districten, dan regionaal en tenslotte via een nationale federatie. Op veel plaatsen werd het geld afgeschaft. Het aantal collectieven nam gestadig toe. Na enige tijd waren er 400 in Aragon, 900 in Levante, 300 in Castilië. De hele industrie in Catalonië was gecollectiviseerd. En het opvallendste was dat het de arbeiders zelf waren die dat organiseerden. De regering keek toe en kwam met regelingen achteraf. Maar zelfs de CNT had er geen leiding. Men was ook niet verplicht mee te doen, lidmaatschap van een collectief was vrijwillig.
Ook het onderwijs, dat voor de revolutie geheel in handen was van de rooms-katholieke kerk, ging met ongekende snelheid vooruit. De meeste van de geheel of gedeeltelijk gesocialiseerde collectieven bouwden ieder minstens één school. In 1938 had bijvoorbeeld elk collectief in de federatie van Levante een school. Onderwijs voor iedereen. En geen gelul van priesters en nonnen, maar gewoon in hun eigen taal.

Cultuur.

"Het was aandoenlijk om te zien hoe arbeiders- en boerencomités zich uitsloofden bij het ontruimen van in beslag genomen huizen om al datgene dat hun toescheen 'kunstwaarde' te bezitten, onbeschadigd af te leveren bij de Cultuurcommissie. De meesten waren er diep van doordrongen dat deze bezittingen thans 'patrimonio del pueblo' (erfdeel van het volk) waren geworden." (Lou Lichtenveld, in De sphinx van Spanje)

Kunst en cultuur werden van het volk, musea en bibliotheken werden opengesteld, boeken, manuscripten en verzamelingen steeds zoveel mogelijk in veiligheid gesteld. Alleen met de kerk-kunst kenden de milities geen pardon. De kerken en kloosters waren de forten van de tegenpartij en werden dan ook als zodanig behandeld : leeggehaald en platgebrand. Ook met de stierengevechten was het meteen afgelopen (de toreadors waren haast allen aanhangers van Franco), de vechtstieren werden geslacht en betekenden voor veel hongerende mensen hun eerste stukje vlees.

Maar de revolutie had ook onmiddellijk een nieuwe golf van 'volkskunst' tot gevolg. Allereerst de prachtige affiches. Direct, opvallend en voor iedereen te begrijpen. Schilders en tekenaars sloten zich veelal aan bij de arbeidersgemeenschappen en zo ontstonden collectieve werkstukken. Muren kregen didactische schilderingen en treinwagons revolutionaire opschriften die opriepen tot de strijd en tot intensievere arbeid op het land en in de achterhoede.
Ook de volkspoëzie en volksmuziek leefden op tijdens de revolutie. Dichters, muzikanten en toneelspelers sloten zich en bloc bij de CNT aan. Toneelgroepen trokken het binnenland in en veel boeren zagen voor het eerst in hun leven theater.

"De anti-fascistische strijd is ook een strijd voor cultuur : een strijd tegen haar onderdrukking, tegen de beknotting van haar vrije ontwikkeling en voor haar verbreiding onder het hunkerende, goedwillende en voor beschaving zo gevoelige Iberische volk. (Lou Lichtenveld)

Vrouwen.
"Mujeres Libres", de vrouwenorganisatie van de CNT, heeft veel activiteiten ontplooid voor de bevrijding van de vrouw, o.a. alfabetiseringscursussen, culturele vorming, crèches, technische beroepsopleidingen... Het huwelijk werd op veel plaatsen afgeschaft en abortus en adoptie werden gelegaliseerd.

http://dwardmac.pitzer.edu/Anarchist_Archives/spancivwar/flood/womenmilita.jpg

Het front.
Een allesoverheersende factor in de opbouw van het revolutionaire Spanje was natuurlijk het steeds aanwezige front. Nooit is de revolutie onder het juk van de burgeroorlog vandaan gekomen. Het is duidelijk dat de oorlog de revolutie enorm in de weg heeft gezeten. Vele onmisbare mensen moesten naar het front, maar ook de gecollectiviseerde industrie was gedwongen zich daarop te richten. De hele metaalsector moest noodgedwongen wapens maken.
Franco had de beschikking over soldaten, geld en wapens uit fascistisch Duitsland en Italië, kreeg steun van Portugal en had legers Moren uit Spaans Marokko. Bovendien beschikten de traditionalisten over een eigen vrijwilligersleger van 50.000 man, de requeté's, en was er de Falange-partij (de fascisten) die gigantische kapitalen inzette.
Daartegenover stonden de anarchistische milities, bestaande uit gewone boeren en arbeiders, die vrijwillig hun zaak wilden verdedigen. Ze waren enthousiast en vastberaden, maar chaotisch (dan reden ze strijdlustig naar het front, vergaten ze bijvoorbeeld om eten mee te nemen) en slecht bewapend.
Engeland en Frankrijk hielden zich afzijdig. Bang om ruzie met de fascisten te krijgen èn bang voor een revolutionair Spanje, waar ze immers veel kapitaal hadden zitten. En ook Rusland moest niets van de anarchisten weten.
Franco rukte langzaam op. Aan en achter z'n front speelden zich gruwelijke toestanden af. Iedereen die ook maar iets van een revolutionair weghad, werd afgemaakt. Massa-executies en politieke moorden waren aan de orde van de dag.
De anarchisten waren ook niet zachtzinnig, maar richtten zich regelrecht tegen hun vijanden : de grootgrondbezitters en de kerk. Willekeurige plunderingen en moordpartijen werden zoveel mogelijk in de hand gehouden. Er waren arbeiderspatrouilles en arbeiderstribunalen, die de plaats van de rechterlijke macht innamen.
De tegenstellingen aan de 'linker'-zijde van het front werden ook steeds duidelijker. De communisten wierpen zich op de verdediging van Madrid, waar de republikeinse regering zetelde : "Wij strijden voor een democratische en parlementaire republiek van een nieuw type, maar eerst moet de oorlog worden gewonnen". Alles was daaraan ondergeschikt. De door Moskou gestuurde Internationale Brigades vochten fanatiek tegen de fascisten, maar van revolutie, collectivisaties en arbeiderszelfbestuur moesten ze niet veel hebben.
De socialisten waren politiek gematigd en bestonden voor het grootste gedeelte uit middenstandders. Ook voor hen gingen de anarchisten te ver.
De belangrijkste bondgenoot van de anarchisten was de POUM, een kleine onafhankelijke marxistische partij met een hoog percentage politiek geschoolde leden. Net als de anarchisten zagen ook zij als enig alternatief het arbeiderszelfbestuur.

De afloop.
Men zou verwachten dat Rusland de revolutie in Spanje zou ondersteunen. Maar alhoewel de Sovjet-Unie wel hielp tegen het fascisme van Franco, Hitler en Mussolini, was ze niet bereid om revolutionair Spanje te steunen, omdat dat Engeland en Frankrijk naar Duitsland zou kunnen drijven. En die zouden dan samen de Sovjet-Unie kunnen aanvallen. Stalin wilde Spanje netjes democratisch om zo Engeland en Frankrijk te vriend te houden en een pakt te vormen tegen z'n grootste vijand : Hitler.
De republikeinse regering stond met de rug tegen de muur : geen wapens en een steeds sterker oprukkende Franco. De Sovjet-Unie wilde helpen, maar onder bepaalde voorwaarden : meer sleutelposities voor de communisten en ontbinding van de POUM (omdat die als enige de rol van Stalin in Spanje doorzag). De Russische contra-revolutie was begonnen. En haar prestige steeg snel, door levering van wapens, vliegtuigen en tanks. Maar de bedoeling was duidelijk : anti-fascistisch verzet onder controle van Moskou brengen en de revolutie vernietigen. Dat hield in : het opheffen van de collectieven en van de militarisering van de arbeidersmilities, ofwel het ontwapenen van de anarchistische arbeiders. Hierdoor zou de macht terug bij de staat komen en Franco zou verslagen kunnen worden.
POUMwerd uitgeschakeld door een waanzinnige propaganda-hetze. De POUM-isten werden beschuldigd van verraad, sabotage en spionage, ze werden gezien als handlangers van de fascisten. Terwijl ze juist aan het front waanhopig meevochten.
Een tweede stap was een greep op de binnenlandse veiligheid, 'herstel van de orde'. De communisten dreigden de leverantie van wapens te stoppen als er niet één leger kwam, met rangen en standen.
De anarchisten waren er intussen ook wel achter gekomen dat de milities iets beter georganiseerd moesten worden, maar het ging er Rusland meer om het revolutionaire karakter om zeep te helpen. Er moest een Volksleger komen met verschillen in soldij en rang. Ook werd het politieapparaat, de Guardia de Asalto, opnieuw opgebouwd en kwam er de Russische geheime politie, de Cheka.
CNT-FAIwerd aangepakt. Er kwam perscensuur, radio-uitzendingen en openbare vergaderingen werden verboden. Arbeidersraden werden ontbonden en honderden mensen gevangen genomen. Daaronder het hele kader van de POUM en de FAI. Velen werden vermoord. De anarchisten zagen wel dat de communisten probeerden de revolutie te vernietigen, maar durfden er niets tegen te doen om de eenheid tegen de fascisten niet in gevaar te brengen.
De collectieven werden steeds agressiever aangepakt. Eind '37 werden er landbouwcollectieven in de provincie Aragon op z'n grofst aangevallen en dezelfde dag volgde er een massale razzia door drie communistische divisies. 600 CNT-miliciens werden gearresteerd, de vakbondsgebouwen door het leger bezet, de anarchistische bladen verboden en een groot deel van de collectieven vernietigd.
Toen was de industrie aan de beurt. Het kader werd langzamerhand vervangen door controleurs, managers en andere communistische overheidspersonen. In 1938 werd de industrie genationaliseerd. De contra-revolutie, het vernietigen van alle vormen van arbeiderszelfbestuur, was op alle terreinen doorgevoerd. 'De democratie' was hersteld. De oorlog die een oorlog van revolutie was, verwerd tot 'n oorlog om herstel van de republikeinse regering, onder leiding van de communisten.

 

http://dwardmac.pitzer.edu/Anarchist_Archives/spancivwar/flood2/fascistsfijl.jpg

Een oorlog die dramatisch afliep. Het Franco-leger had militair gezien een enorme overmacht. Zo'n 1.400 kanonnen en 650 vliegtuigen aan de kant van de fascisten, tegen 120 kanonnen en 100 vliegtuigen aan de kant van het Volksleger. Franco had 100.000 Italianen en 35.000 Duitsers, waaronder veel specialisten, tankdivisies en het 'Condor'-legioen dat als 'experiment' Guernica van de aarde bombardeerde. Er was geen houden aan.
Maart '38 werd Madrid door de fascisten ingenomen en in april stootten ze door naar de Middellandse Zee. Het republikeins offensief in juli, bij de Ebro, haalde niets uit. In januari '39 viel Barcelona en op 1 april kondigde Franco de eindoverwinning aan. Duizenden en duizenden werden gevangen genomen of afgemaakt.
Nederland, Engeland en Frankrijk waren de eersten die de regering van Franco erkenden. De paus zond een gelukstelegram. Franco dankte Hitler en Mussolini. Honderdduizenden mensen waren voor het leger van Franco gevlucht naar Frankrijk, waar ze in concentratiekampen werden opgesloten.
Spanje was het proefterrein voor de fascistische staten. De overwinning in Spanje bleek de aanloop tot een vernietiging op een nog grotere schaal : de Tweede Wereldoorlog.
(Bovenstaande tekst is overgenomen uit
"THE EX, 1936, the spanish revolution, CNT-FAI, Amsterdam, 1986".)

BIBLIOGRAFIE :
Murray BOOKCHIN, The Spanish Anarchists. The Heroic Years 1868 - 1936, Edinburgh/San Francisco, 1998.
Cajo BRENDEL, Revolutie en contra revolutie in Spanje, Baarn, 1977.
Marcelino CAMACHO, De Spaanse vakbeweging en de Comisiones Obreiras. Gesprekken in de gevangenis, Amsterdam (SUA), 1976, 93 p.
Rudolf DE JONG, De Spaanse burgeroorlog, Den Haag, 1963.
A. DE SMET, La Belgique et la guerre civile espagnole (1936-1939), lic. verh. ULB, 1966.
A. DE SMET, Les partis politiques belges et la guerre civile espagnole (1936-1939) - Res Publica, dl. 9, nr. 4, 1967, p. 699-714.

Die Spanische Revolution, dl. 1-4. - Anarchistische Texte, nrs. 26-29.
Een keerpunt in de Spaanse burgeroorlog (anoniem protest). – Anarchistische Teksten, nr. 5, Amsterdam (IRIS), 1993, 22 p.
Hans Magnus ENZENSBERGER, De korte zomer van de anarchie, Amsterdam, 1977.
Piet EIMERS, Anarchisten & marxisten in de Spaanse burgeroorlog, Driebergen, 1973.
Frauen in der Spanischen Revolution 1936-1939. - Anarchistische Texte
, nrs. 32-33.
Rose-Marie GARCIA Y GOMEZ, Que sont les anarchistes espagnols devenus ? lic. verh. U.L.B., Brussel, 1993.

Daniel GUÉRIN (red.), Ni Dieu ni Maître. Anthologie de l'anarchisme, Dl. 4. Makhno - Cronstadt - Les anarchistes russes en prison - L' anarchisme dans la gurerre d'Espagne..., Parijs, 1976.
Hans Erich KAMINSKI, Barcelona 1936, Amsterdam, (Uitgeverij Iris), 2009, 227 p.
George ORWELL, Saluut aan Catalonië, Amsterdam, 1984.
Alexander SCHAPIRO & Albert DE JONG, Waarom verloren wij de Rervolutie? De nederlaag van het Spaanse anarchosyndicalisme in 1936-1937, Baarn, 1979.
Revolutie en Burgeroorlog. Spanje na 19 juli 1936, Amsterdam (De Vrije), zomer 1986, 83 p.
Vernon RICHARDS, Lessons of the Spanish revolution (1936-1939), Londen, 1995 (1953-1972-1983).
Angel SMITH, Anarchism, Revolution and Reaction. Catalan Labour and the Crisis of the Spanish State, 1898-1923, New-York / Oxford, 2007, 405 p.
Stefan VAN DEN ZEGEL, Y’en a pas un sur cent..., Parcours de militants libertaire autour de la guerre d’Espagne, lic. verh. ULB, Brussel, 1985.
Willie VERHOYSEN, Spaanse Burgeroorlog. - Perspectief, nr. 22, Gent, z.d.
Willie VERHOYSEN, De legpuzzel van de Spaanse burgeroorlog. - Perspectief, nr. 45, Gent, 1996, p. 19-23.
Liz WILLIS, Vrouwen in de Spaanse revolutie. - Het Volksgebit, Antwerpen, 1986.
THE EX, 1936, the spanish revolution, CNT-FAI, Amsterdam, 1986.
http://www.flwi.ugent.be/btng-rbhc/pdf/BTNG-RBHC,%2018,%201987,%201-2,%20pp%20357-392.pdf : De Spaanse Burgeroorlog in de socialistische syndicale pers (J. CRAEYBECKX)