MACHNOBEWEGING

&

OPSTAND van KRONSTADT

home
chronologie
1918 - 1940

Ruud Uittenhout schreef in 1982 in zijn inleiding op de Nederlandstalige uitgave van Alexander Berkmans "De opstand van Kronstadt" van 1922 : "Terecht beschouwde Berkman de Russische Revolutie niet louter als een bolsjewistische staatsgreep, maar veeleer als een proces, dat ten einde kwam, toen de bolsjewistische secte in oktober 1917 op gewelddadige wijze de macht greep. De revolutie werd niet tot stand gebracht door enige politieke partij, maar door de bevolking zelf, op een manier die alle tot dan toe bestaande economische, politieke en sociale verhoudingen radicaal veranderde. Maar ze vond niet plaats in oktober. Die maand gaf alleen de 'formele bekrachtiging' van de revolutionaire gebeurtenissen, die eraan vooraf gingen, te zien. Weken en maanden ervoor, was de feitelijke revolutie heel Rusland al doorgegaan : het stadsproletariaat nam de werkplaatsen en fabrieken in bezit, terwijl de boeren het grootgrondbezit onteigenden en zelf bezit van de grond namen. Tegelijkertijd ontstonden in het gehele land arbeiderscomités, boerencomités en sovjets en begon de geleidelijke overdracht van macht van de voorlopige regering naar de sovjets. Tussen februari en oktober 1917 vond volgens Berkman de werkelijke revolutie plaats en in die periode werd het maatschappelijke leven bepaald door de mensen zelf, verenigd in hun onafhankelijke sovjets."
"Alle macht aan de locale raden, aan de sovjets!"
was de centrale leuze die de Russische massa aansprak. Zij werd geroepen door anarchisten, sociaal-revolutionairen en bolsjevieken. Maar de bolsjevieken waren in de eerste plaats marxisten. In hun hart hadden ze geen vertrouwen in het volk. Zeker Lenin wantrouwde haar scheppende kracht. Naar jacobijnse traditie moest volgens hem juist de spontaniteit van de massa's bestreden worden en kwam hij op voor een minderheidsdictatuur van een bolsjewistische, politieke partij. De "revolutie van de massa" ontaardde zo in een "dictatuur over de massa". En de leuze "alle macht aan de sovjets" veranderde spoedig in "alle macht aan de partij, de staat". Lenin had het dan wel over een tijdelijke, overgangsstaat die mettertijd zou afsterven... maar intussen weten we dat staten weinig de neiging tot afsterven vertonen. Wel integendeel. Door staatsvorming ontstaat haast automatisch een nieuwe klasse van bevoorrechten, van bureaucraten en commissarissen, die niet onmiddellijk van ongeduld staan te trappelen om hun positie op te geven. De "dictatuur van het proletariaat" werd m.a.w. een nieuw instituut om de massa's in naam van zichzelf te kunnen onderdrukken. Alleen al in 1919 zou deze staatsterreur leiden naar de moord op bijna 25.000 mensen ! En dan spreken we nog niet over de talloze gevangenen en gedeporteerden... Was de bevolking tot eind oktober 1917 als geheel 'bezitter' van het maatschappelijk leven, nadat de bolsjevieken de touwtjes in handen hadden genomen, werd alles en iedereen staatseigendom. De "dictatuur van het proletariaat" bleek in de praktijk lauter neer te komen op een bolsjewieke staatsdictatuur met aan de top de nieuwe leiders Lenin en Trotsky.

De machnovstsjina.
Na de oktoberrevolutie van 1917 kwam in het Zuiden van de Oekraïne de machnobeweging tot verzet tegen deze autoritaire gang van zaken. Deze beweging stond voor autonome, locale boeren- en arbeidersorganisaties. Zij was voor horizontale beleids- en beslissingstructuren en stond daarmee pal tegenover de bolsjewieken met hun pyramidale top-bottem gedachten. Bij de machnovisten werd niet geleid, hoogstens begeleid !
In de Oekraïne bestond in die dagen een anarchistische Nabat Confederatie. 'Nabat' betekende 'alarm' en het was een platform van vele anarchistische stromingen. Op haar eerste congres werd opgeroepen om een 'Verenigd Anarchisme' te creëren en de basis van die samenwerking moest liggen in een nieuwe, door de anarcho-syndicalist Voline ontworpen doctrine die ondermeer onder de naam Synthese bekend was. Volgens die synthese-doctrine moesten syndicalisme, communisme en individualisme samengaan : een anarcho-syndicalistische methode om de arbeidende massa te organiseren, die gericht was op de verwezenlijking van een anarcho-communistische samenleving, die op haar beurt de noodzakelijke, materiële basis was voor de volledige ontwikkeling tot vrije, individuele persoonlijkheden. Deze anarcho-syndicalistische, communistische samenwerking zou trouwens moeten bestaan in vrijheid en vrijwilligheid. Uitgaande van Voline's doctrine zag de Nabat het als haar taak libertaire ideeën te verspreiden zonder deze aan anderen op te leggen en de sociale revolutie theoretisch te onderbouwen. En de machnobeweging was voor haar een uitstekende strijdwagen voor die ideeënverspreiding.
De machnovisten waren vooral opstandige, arme boeren, zeg maar verkapte lijfeigenen, die hoofdzakelijk in het zuiden van de Oekraïne, aan de benedenloop van de Dnjepr opereerden. Vanaf maart 1917 braken in heel Rusland boerenopstanden uit tegen de grootgrondbezitters. Ook in Oekraïne was dat het geval. De centrale eisen van de arme boerenbevolking waren hier : 1. voor iedereen een eigen stuk grond en 2. vrij zijn van elke autoriteit, en zij refereerden daarmee naar de vroegere kozakkengemeenschappen van voor het jaar 1700 waar het streven naar gelijkheid en vrijheid sterk aanwezig was geweest. In het conflict tussen arme en rijke boeren begonnen de arme boeren met het onteigenen en herverdelen van de gronden, brachten ze grootgrondbezitters om en staken ze de grote landerijen in brand. En met de komst van Nestor Machno brak een nieuwe fase aan. Hij verzamelde rond zich een groep anarcho-communisten en samen verspreidden zij, de Nabat indachtig, anarchistische standpunten onder de boeren. Sporadisch richtten zij zich ook naar industriearbeiders die na de ontdekking van steenkool en ijzererts alsmaar vaker voorkwamen in de Oekraïne. Onder Machno's (bege)leiding werden communes en sovjets opgericht en werd er een 'Unie van Boeren' gesticht. Hij zag zichzelf in die dagen als lid van de revolutionaire avant-garde en als leerling van de internationaal bekende, negentiende-eeuwse, Russische anarchist Michael Bakoenin.

In maart 1918 sloot het bolsjewieke Rusland (Lenin) met Duitsland vrede waarbij het 'lastige Oekraïne' aan de Duitsers werd afgestaan. Onmiddellijk daarna stroomde het land vol met Duits-Oostenrijkse legertroepen. Zij waren bovendien vergezeld van de verdreven grootgrondbezitters die hun onteigende bezittingen terug in handen wilden nemen. Deze gewelddadige 'agrarische reactie' lokte een aanvankelijk zwakke maar vervolgens snel groeiende tegenactie uit van vrije boeren, die vrijkorpsen vormden. Ook Machno had zo een legertje geformeerd en in juli-augustus werden op zijn aansturen al die vrijkorpsen verenigd in één groot leger. Uit die succesvolle vereniging onstond de machnobeweging, ook wel de machnovstsjina genoemd. Machno was toen 'niet alleen de organisator en leider der boeren, maar in niet geringe mate ook de verschrikkelijke volkswreker'. Hij kreeg de erenaam "Batjko" (vadertje) en het gerucht deed de ronde dat hij onzichtbaar en dus onoverwinnelijk was. Aldus werd Machno het middelpunt van veel legendes.
Met zijn opstandelingenleger zou Machno tot augustus 1921 de strijd aanbinden met onder meer de Witten (tsaristische contra-revolutionairen), de Rada (nationalistische kozakken die een burgerlijke republiek wilden vestigen), de hetman (officiële kozakkenleider, die in die dagen door de Duits-Oostenrijkse invasiemacht was aangesteld) en tenslotte ook met de bolsjewieken. Deze laatsten tolereerden de machnovisten zo lang ze bruikbaar waren in hun strijd tegen de contra-revolutie. Later, toen de Witten verslagen waren, hadden de bolsjewieken de militaire steun van het Machnoleger niet meer nodig en werd vervolgens dit leger door hen bekampt. Lenin liep niet hoog op met boerenopstandelingen en nog minder met het anarchisme. In zijn ogen bracht enkel een communistische staatsdictatuur de oplossing.
Niettemin kreeg hij in het begin steun van enkele bekende anarchisten zoals Serge, Berkman en Goldman, al hield het merendeel van de Russische anarchisten zich afzijdig. Toen in maart 1918 in Rusland de eerste anarchistenrazzia plaatsvond vluchtten vele anarchisten naar de Oekraïne, waar zij zich bij de Nabat of de machnovisten voegden. Voor Lenin stond het nu vast : de machnovstsjina was een contra-revolutionaire, anarchistische koelakkenbende en moest worden uitgeroeid !
De machnobeweging bestond in die dagen voornamelijk uit boeren die wel een liefde voor de vrijheid betoonden, maar waarvan slechts een minderheid echt anarchist was. Hier voegden zich nu 'geschoolde' anarchisten bij en dat leidde naar een verdere anarchisering van de beweging. De synthese-doctrine van Voline kende daarbij een zekere verspreiding, maar anderzijds werd hier ook oppositie tegen gevoerd door Arsjinof en Machno. In tijden van opstand en oorlog prefereerden zij een strakkere organisatie, met een gecentraliseerde leiding en meer discipline, die de bevolking zou moeten leiden in plaats van begeleiden. Op papier was het leger georganiseerd volgens het principe van zelfdiscipline en haar besluitvorming volgens het 'democratisch centralisme' : de leiding was in handen van een Regionale Revolutionaire Raad, die in naam ondergeschikt was aan congressen die onder stimulans van de Nabat op touw gezet zouden worden. In feite berustte de macht binnen het leger bij de - ongekozen - opperbevelhebber Nestor Machno en zijn raad van staven.
De machnobeweging veranderde eind 1919 begin 1920 van karakter. In oktober 1919 kwam het laatste anarchistencongres samen. Historicus Frans Lodewijkx schrijft hierover : "Ik geloof dat dit voorval het begin was van een definitieve breuk tussen de Machnovstsjina en de Nabat, en tussen Arsjinof/Machno en Voline en het begin was van een kentering binnen de Machnovstsjina. Voline werd eind december 1919 zoals zovele anderen door vlektyphus getroffen en enkele weken later door de bolsjewisten gearresteerd. De enige leidende ideoloog die de Machnovstsjina nu nog restte was Arsjinof die zich in april 1919 bij de boerenbeweging had gevoegd, en zich sindsdien bezighield met culturele en opvoedende taken en met de redactie van de opstandelingenkrant 'Poetj k Swobode' (de Weg naar de Vrijheid). Arsjinof stond (...) niet sympathiek tegenover de Synthese, en hij vond in deze een bondgenoot in Machno. Zij konden zich niet verenigen met een begeleidende rol van de anarchisten, en zeker niet wanneer zij zo ongeorganiseerd waren." En verder merkt Lodewijkx op : "Ik geloof dat Arsjinof en Machno gebruik maakten van het verdwijnen van Voline om hun ideeën (...) in praktijk te brengen."
Wat er ook van zij, de machnovisten slaagden er niet in om het anarchisme met het boerenleven te verbinden. In geval van nood kozen de boeren wel voor de machnovisten, echter niet zo zeer om hun anarchisme, maar wel om de bescherming die zij konden bieden.

De vrije boerenstrijder.


De boerenbeweging veranderde begin 1921 nogmaals van karakter. Zij kwam meer op zichzelf te staan en werd kleiner en zwakker. Tegelijk gedroeg zij zich wreder, gewelddadiger en minder anarchistisch. Zij werd terug een middeleeuwse jacquerie en het geweer beheerste opnieuw de beweging. In de lente en de zomer van dat jaar voerde Machno met het overblijfsel van zijn leger - nu maximaal drieduizend man groot - een wanhopige strijd tegen de bosjewistische overmacht. Uiteindelijk kwam het allemaal tot een einde toen de resterende driehonderd opstandelingen in augustus 1921 de Russisch-Roemeense grens overstaken.
Nestor Machno belandde in Parijs bij de Groep van Russische Anarchisten in het Buitenland, waarvan Pjotr Arsjinof de secretaris was. Deze groep ageerde nog altijd tegen de Synthese van Voline en publiceerde in die zin in 1926 de brochure 'Het Organisatorisch Platform van de Algemene Anarchisten Bond'. Er werd m.a.w. gepleit voor de vereniging van de 'echte' libertaire krachten in één strijdbaar revolutionair collectief, met een strakke organisatie en een uitvoerend comité. In het verlengde hiervan zouden de anarchisten dan moeten optreden als leiders van het proletariaat in plaats van als begeleiders... Binnen de Bond en binnen het toekomstige leger zou geen plaats meer zijn voor afwijkende meningen en was het woord van de meerderheid wet.
Het Platform wekte uiteraard zeer grote weerstanden op, eerst bij Russische en vervolgens bij niet-Russische anarchisten. Zo schreef Voline ondermeer : "Het enige wat echt nieuw is in het Platvorm, is een naar het bolsjewisme neigend verborgen revisionisme en de erkenning van een overgangsfase. Voor de rest brengt het Platvorm ons niets nieuws." En ook de internationaal bekende Italiaanse anarchist Errico Malatesta verzette zich fel tegen het Platform. De door Arsjinof voorgestelde bond was volgens hem naar vorm en inrichting 'een regering en een kerk', omdat de geest autoritair bleef en het opvoedend effect altijd anti-anarchistisch was en zou zijn. In zijn ogen was deze kameraad 'geobsedeerd door het succes van de bolsjewieken in zijn land', en wilde hij hen als voorbeeld nemen voor hoe het wel moest.
(Bovenstaande tekst is gebaseerd op : Frans LODEWIJKX, Pjotr Arsjinof, de machnovstsjina en het platform. Een kritische toelichting. - P. ARSJINOF, Geschiedenis van de Machnobeweging. Anarchistische praktijk in de Oekraïne, 1918-1921, p. 285-307.)

De opstand van Kronstadt.
Niet alleen in het zuiden, in de Oekraïne, kwam men in opstand tegen de dictatoriale bolsjewieken, ook in het noordelijke Petrograd (voorheen St. Petersburg / later Leningrad) lieten anarchisten van zich horen.
Op een eiland voor de kust lagen de stad en het fort Kronstadt waar in februari 1917 een radicaal-linkse sovjet werd geïnstalleerd. En ook na de oktober-revolutie verdween het radicalisme van de zeelieden niet. Integendeel, elke poging van de bolsjewieken om de situatie naar hun hand te zetten werd bekritiseerd. In april 1818 werd er zelfs opgeroepen om het regime ten val te brengen.

1. Arbeidsonlusten in Petrograd.
Begin 1921 was de burgeroorlog in Rusland eindelijk voorbij en rekende het volk op een verzachting van het strenge bolsjewistische regime. Maar wie gehoopt had op een verdieping van de revolutie waarbij men de autoritaire teugels wat zou laten vieren, kwam bedrogen uit.
De meest revolutionaire groep in het land - de arbeiders van Petrograd - verhief het eerst zijn stem. Zij stelden dat de bolsjewistische centralisatie, de bureaucratie en de autocratische manier van optreden tegen de boeren en arbeiders direct verantwoordelijk waren voor veel van de ellende en het leed van het volk. Veel fabrieken en bedrijven in Petrograd waren gesloten en de arbeiders stierven letterlijk van de honger.
Ze riepen vergaderingen bijeen om de situatie te bespreken, maar deze vergaderingen werden door de regering verboden. Blijkbaar wilden de bolsjewistische communisten geen concessies aan het volk doen. De arbeiders werden daardoor natuurlijk nog meer ontevreden en bovendien werden ze opstandig : om de regering te dwingen met hun eisen rekening te houden, werden op 24 februari stakingen uitgeroepen. En een dag later trokken de stakers de straat op. Dit straatprotest werd echter manu militari uiteen gejaagd : gewapende soldaten werden tegen de stakers ingezet. De plaatselijke vertegenwoordigers van de regering veroordeelden de stakingsbeweging. Ze beschuldigden de stakers van het aanwakkeren van de ontevredenheid en ze noemden hen "egoïstisch arbeidersuitschot" en "contra-revolutionair". De betrokken fabrieken werden gesloten en zo werden de stakende arbeiders in volle winter van hun rantsoenen beroofd !
Maar de proclamaties van de stakers 'voor meer vrijheid' begonnen nu ook in de straten van Petrograd te verschijnen. De bolsjewieke regering beantwoordde dit met talloze arrestaties en het onderdrukken van verschillende arbeidersorganisaties, waardoor ze uiteraard steeds minder geliefd werd. Intussen concentreerden de bolsjewieken grote groepen militairen uit de provincie in Petrograd en lieten ze de betrouwbaarste communistische frontregimenten naar de stad komen. Petrograd werd onder 'buitengewoon militair recht' gesteld en de arbeidersbeweging werd met ijzeren hand onderdrukt : hierbij verloren de opstandige stakers uiteraard hun strijd.

2. De beweging van Kronstadt.
De Kronstadtse zeelieden waren sterk verontrust door de gebeurtenissen in Petrograd. Zij behoorden tot de trouwste steunpilaren van het sovjetsysteem, maar ze waren gekant tegen de dictatuur van welke politieke partij dan ook. De sympathiebeweging met de stakers van Petrograd begon eerst onder de zeelieden van een tweetal oorlogsschepen en breidde zich spoedig uit over de gehele Kronstadt-vloot, daarna zelfs tot de daar gelegerde regimenten van het Rode Leger.
Op 28 februari 1921 werd door de zeelieden een resolutie aangenomen waarin onder meer een vrije herverkiezing van de sovjet van Kronstadt geëist werd. Tegelijkertijd werd een comité van zeelieden naar Petrograd gestuurd om zich van de situatie aldaar op de hoogte te stellen. De volgende dag, op 1 maart, brachten ze verslag uit. Dit vond plaats tijdens een openbare vergadering waar 16.000 zeelieden, manschappen van het Rode Leger en arbeiders naar toe gekomen waren. Onomwonden spraken zij hun afkeuring uit over de door communisten gehanteerde methoden bij het onderdrukken van de bescheiden eisen van de Petrogradse arbeiders. In een nieuwe resolutie eisten ze onder meer nieuwe verkiezingen van de Kronstadtse sovjet, de vrijheid van meningsuiting, persvrijheid, het recht van vergadering, de vrijlating van politieke gevangenen, de afschaffing van politieke bureau's, het opdoeken van de gewapende bolsjewistische eenheden en gevechtsdetachementen, de boeren een volledige vrijheid van handelen met betrekking tot hun grond te geven en eveneens hun het recht te verlenen op het houden van vee, enz... En meteen werd gestart met de verdediging van Kronstadt tegen een mogelijke bolsjewistische aanval. Zo werd een 'voorlopig revolutionair comité' opgericht dat belast werd met het handhaven van de orde en de veiligheid in Kronstadt en dat tegelijkertijd de noodzakelijke voorbereidingen trof voor het houden van nieuwe verkiezingen.

3. De bolsjewistische campagne tegen Kronstadt.
De bolsjewieken organiseerden onmiddellijk hun aanval op Kronstadt. Al op 2 maart vaardigde de regering een door Lenin en Trotzky ondertekend bevel uit waarin de beweging van Kronstadt veroordeeld werd als een muiterij tegen de communistische autoriteiten en als een contra-revolutionaire samenzwering. En de officiële bolsjewistische pers begon een smaad- en lastercampagne waarin Kronstadt als broeinest van 'een witte samenzwering' werd bestempeld. De Kronstadtse zeelieden, soldaten en arbeiders hadden natuurlijk totaal niets te maken met contra-revolutie, maar Moskou zette haar lastercampagne voort, bijvoorbeeld door de inschakeling van het bolsjewistisch radiostation. En hun plaatselijk verdedigingscomité nam de volledige controle over de stad en de provincie Petrograd in handen. De staat van beleg werd afgekondigd, alle vergaderingen werden verboden en een systematische reiniging van de stad vond plaats : talloze arbeiders, soldaten en zeelieden werden gearresteerd en familieleden van de Kronstadtse 'rebellen' werden als gijzelaar in hechtenis genomen.

4. De doelen van Kronstadt.
Maar Kronstadt leefde weer op. Nu, voor de eerste keer sinds de communistische partij de alleenheerschappij van de revolutie en het lot van Rusland had overgenomen, voelde Kronstadt zich vrij. Een nieuwe geest van solidariteit en broederschap bracht zeelieden, garnizoenssoldaten, fabrieksarbeiders en partijlozen bijeen om zich gezamelijk in te zetten voor hun gemeenschappelijke zaak.
Een en ander werd gecoördineerd door het voorlopig 'revolutionair comité' dat de ordebewaring en de publicatie van haar officieel orgaan, Izvestia, op zich nam. In het eerste nummer van dit dagblad (3 maart 1921) kon je lezen dat het 'revolutionair comité' bloedvergieten wou voorkomen en iedereen werd er in opgeroepen steun te verlenen. Verder vermeldde de krant dat het taak was om in broederlijke samenwerking de noodzakelijke voorwaarden te scheppen voor een eerlijke en rechtvaardige verkiezing van de nieuwe sovjet.
De bladzijden van Izvestia leggen rijkelijk getuigenis af van het diepe vertrouwen van het 'revolutionair comité' in de bevolking van Kronstadt en van haar streven naar vrije sovjets als de juiste weg voor de bevrijding van de onderdrukking door de communistische bureaucratie.
In haar radiobericht van 6 maart werd duidelijk gesteld : "Onze zaak is rechtvaardig : wij staan voor de macht der sovjets, niet van de partijen. Wij staan voor vrij gekozen vertegenwoordigers van de werkende massa's. (...) In Kronstadt ligt alle macht uitsluitend in de handen van revolutionaire zeelieden, soldaten en arbeiders - niet bij contra-revolutionairen (...) zoals de leugenachtige Moskouse radio jullie wil laten geloven... Aarzel niet, kameraden ! Sluit je bij ons aan, zoek contact met ons : eis voor je gedelegeerden toegang tot Kronstadt. (...) Lang leve het revolutionaire proletariaat en de boeren ! Lang leve de macht van vrij gekozen sovjets !"
Het 'revolutionair comité' genoot het vertrouwen van de gehele bevolking van Kronstadt. Zij verwierf zich de algemene achting door het invoeren van en het stevig vasthouden aan het beginsel van 'gelijke rechten voor allen, voorrechten voor niemand'. Dit 'revolutionair comité' dwong zelfs respect af van de plaatselijke communistische groepen, die trouwens de houding van de centrale regering afkeurden. In diverse nummers van Izvestia zijn honderden namen van communisten te vinden die gewetenswroeging kregen en niet langer "in de partij van de beul Trotsky" wensten te blijven. De bedankjes voor de communistische partij werden spoedig zo talrijk, dat het op een algemene uittocht begon te lijken. En Izvestia (nr. 6 van 8 maart) ging verder : "De communisten, die niet weten hoe ze hun afnemende macht moeten vasthouden, nemen hun toevlucht tot de meest verachtelijke en provocerende middelen. Hun verachtelijke pers mobiliseert al haar krachten om de massa op te hitsen en de beweging van Kronstadt een samenzwering van witte gardisten te laten lijken. Nu heeft een schaamteloze kliek schurken het volgende bericht de wereld ingestuurd : 'Kronstadt heeft zich aan Finland verkocht.' Hun bladen spuien hun gal en venijn en omdat ze er niet in geslaagd zijn het proletariaat ervan te overtuigen dat Kronstadt in handen van de contra-revolutionairen is, proberen ze nu in te spelen op nationalistische gevoelens. Maar door onze radio-uitzendingen weet de hele wereld reeds waarvoor het Kronstadtse garnizoen en de arbeiders strijden. Al proberen de communisten de betekenis van de gebeurtenissen te verdraaien om zo onze Petrogradse broeders te misleiden. Petrograd is omsingeld door de bajonetten (...) en Trotzky staat de gedelegeerden van onpartijdige arbeiders en soldaten niet toe naar Kronstadt te gaan. Hij is bang dat ze daar de volledige waarheid zullen horen en dat de waarheid de communisten onmiddellijk zou wegvagen, waardoor de op die manier verlichte arbeidende massa's de macht in hun eigen eeltige handen zouden nemen. (...) Omdat ze bang zijn voor hun eigen hachje, onderdrukken de communisten de waarheid en verbreiden ze de leugen dat witte gardisten actief zijn in Kronstadt, dat het Kronstadtse proletariaat zichzelf verkocht heeft aan Finland en Franse spionnen, dat de Finnen met behulp van de Kronstadtse muiters al een leger uitgerust hebben om Petrograd aan te vallen, en zo voort.
Op dit alles kunnen we alleen maar antwoorden met : Alle macht aan de sovjets ! Blijf met je handen, die rood zijn van het bloed van de martelaren van de vrijheid, die gestorven zijn in de strijd tegen witte gardisten, grootgrondbezitters en de bourgeoisie, van hen af !"

Kronstadt werd geïnspireerd door de liefde voor een vrij Rusland en door het onbegrensde vertrouwen in ware sovjets. De weg naar de vrijheid en vrede lag m.a.w. in vrij gekozen sovjets.
De Kronstadtse rebellen rekenden erop dat ze de steun van Petrograd en van geheel Rusland zouden verwerven om zo tot de definitieve bevrijding van heel het land te kunnen komen. Zij zagen zich als de voorhoede van het Russisch proletariaat, dat op het punt stond de grote verwachtingen, waarvoor het volk in de oktober-revolutie gevochten en geleden had, te verdedigen. Het geloof van Kronstadt in het sovjetstelsel zat diep en vastgeworteld. De allesomvattende leuze was : "Alle macht aan de sovjets, niet aan de partijen !" Dat was haar programma. Het streefde naar de bevrijding van het volk van het communistische juk. Dat niet langer te dragen juk maakte een nieuwe revolutie, de Derde Revolutie, noodzakelijk.
Tot slot, het hoofdartikel van de Izvestia van 8 maart 1921.
Het was getiteld "Waarvoor wij strijden" en luidde als volgt :
"De arbeidende klasse had door de Oktober Revolutie gehoopt op haar bevrijding. Maar er volgde een nog grotere onderdrukking van de menselijke persoonlijkheid op.
De macht van de politie en de monarchistische gendarmerie kwam in handen van de overweldigers - de communisten - , die, in plaats van het volk de vrijheid te geven, haar alleen voortdurend angst hebben ingeboezemd door de Tsjeka, die in gruwelijkheid zelfs de tsaristische politie overtreft... Het ergste en meest misdadige zijn de geestelijke intriges van de communisten : zij hebben ook de hand gelegd op het geestelijke leven van de arbeidende massa's en ze dwingen iedereen volgens communistische voorschriften te leven.
... Het Rusland van de zwoegers, die eersten die het rode vaandel van de bevrijding van de arbeid hieven, is nu doordrenkt van het bloed van de ter meerdere roem van de communistische heerschappij gevallen martelaren. In die zee van bloed verdrinken de communisten alle mooie beloften en mogelijkheden van de arbeidersrevolutie. Het is nu duidelijk geworden dat de Russische communistische partij niet de verdediger is van de arbeidende massa's, waarvoor ze zich uitgeeft. De belangen van het arbeidende volk zijn haar vreemd. Zij heeft de macht veroverd en nu is ze bang die te verliezen en zodoende acht ze alle middelen toegestaan : laster, bedrog, geweld, moord en wraak op de familieleden van de opstandelingen.
Er is een einde gekomen aan langdurig en lijdzaam gedragen geduld. Hier en daar wordt het land verlicht door het vuur van de opstanden tegen onderdrukking en geweld. De stakingen van de arbeiders hebben zich vermenigvuldigd, maar het bolsjewistische politieregime heeft alle voorzorgsmaatregelen getroffen om het uitbreken van de onvermijdelijke Derde Revolutie te voorkomen.
Maar ondanks dit alles is die gekomen en wordt ze gemaakt door de arbeidende massa's. De generaals van het communisme zien heel duidelijk in dat het 't volk is dat in opstand gekomen is, de mensen die ervan overtuigd zijn geraakt dat de communisten de socialistische ideeën verraden hebben. Omdat ze bang zijn voor hun veiligheid en weten dat er geen plaats is waar ze zich kunnen verbergen voor de wraak van de arbeiders, proberen de communisten de rebellen nog te terroriseren met gevangenis, executie en andere barbaarse middelen. Maar het leven onder de communistische dictatuur is verschrikkelijker dan de dood...
Er is geen tussenweg. Zegevieren of sterven ! Het voorbeeld is gesteld door Kronstadt, dat de schrik van de contra-revolutie van links en van rechts is. Hier heeft de grote revolutionaire daad plaatsgevonden. Hier wordt het vaandel van de opstand tegen de drie jaar durende tirannie en onderdrukking van de communistische autocratie geheven, die het monarchistisch despotisme van driehonderd jaar in de schaduw heeft gesteld. Hier in Kronstadt is de basis gelegd voor de Derde Revolutie, die de laatste ketenen van de arbeiders moet verbreken en een nieuwe, brede weg voor socialistische creativiteit moet openen.
Deze nieuwe revolutie zal de massa's in het Oosten en het Westen wakker schudden en als voorbeeld dienen voor een nieuwe socialistische opbouw, als tegenhanger van de kant en klare, communistische 'opbouw' van regeringswege. De arbeidende massa's zullen ondervinden dat wat tot nu toe in naam van de arbeiders en boeren gedaan is, geen socialisme was.
Zonder één enkel schot te lossen, zonder een druppel bloed te vergieten, is de eerste stap gezet. Zij die werken hebben geen bloed nodig. Ze zullen het slechts vergieten uit zelfverdediging... De arbeiders en boeren gaan verder : ze laten de oetsjredilka (wetgevende vergadering) met haar burgerlijk stelsel en de dictatuur van de communistische partij met haar Tsjeka en staatskapitalisme, die de stroppen om de hals van de arbeiders hebben gelegd en dreigden hen te wurgen, achter zich.
De huidige verandering biedt de arbeidende massa's de gelegenheid eindelijk vrij gekozen sovjets te krijgen, die zonder angst voor de partijgezel kunnen functioneren; ze kunnen nu de door de regering gedomineerde arbeidersverenigingen reorganiseren in vrijwillige arbeidersassociaties van arbeiders, boeren en de werkende intelligentsia. Eindelijk wordt de politiemacht van de communistische autocratie gebroken."

5. Het bolsjewistisch ultimatum aan Kronstadt.
Dit bovenstaande programma, dat uiteraard voordien al door de bolsjewistische regering gekend was, had tot gevolg dat de communisten op 7 maart 1921, om kwart voor zeven in de avond, hun aanval op Kronstadt inzetten. De concrete aanleiding was evenwel de eis van Kronstadt tot vrijlating van de in Petrograd opgepakte gijzelaars/familieleden.
Nochtans weigerde Kronstadt in de aanval te gaan. Het 'revolutionair comité' negeerde zelfs de dringende raad van militaire deskundigen om meteen een landing uit te voeren op Oranienbaum, een fort van groot strategisch belang. De rebellerende zeelieden en soldaten streefden naar vrije sovjets en waren bereid hun rechten tegen aanvallen te verdedigen, maar ze wilden geen agressors zijn.
Op 4 maart kwam de sovjet van Petrograd bijeen. Hij werd gedomineerd door Moskougetrouwe communisten en nam dan ook een resolutie aan waarin gesteld werd dat Kronstadt schuldig was aan een contra-revolutionaire opstand tegen de sovjetmacht en zich onmiddellijk moest overgeven. Het was een oorlogsverklaring. Zelfs vele communisten weigerden te geloven, dat de resolutie uitgevoerd zou worden : het zou afschuwelijk zijn om de "trots en glorie van de Russische Revolutie", zoals Trotzky de Kronstadtse zeelieden genoemd had, gewapend aan te vallen. Maar 's nachts kwam Trotzky zelf in Petrograd aan en de volgende morgen, 5 maart, vaardigde hij zijn ultimatum tegen Kronstadt uit : de opstandelingen moesten zich overgeven en overgeleverd worden aan de communistische sovjet-autoriteiten en alleen diegenen die zich onvoorwaardelijk overgaven konden rekenen op de genade van de sovjet-republiek. Tegelijkertijd gaf hij het bevel om voorbereidingen te treffen om gewapenderhand een einde te maken aan de opstandige muiterij.
Een groep anarchisten die toen in Petrograd was, waaronder Emma Goldman en Alexander Berkman, deed een laatste poging om de bolsjewieken ertoe te bewegen hun besluit om Kronstadt aan te vallen opnieuw in overweging te nemen. Concreet deden ze het voorstel om een bemiddelingscommissie van vijf personen, waaronder twee anarchisten, op te richten en die zou dan naar Kronstadt gaan om het geschil met vreedzame middelen bij te leggen.

6. Het eerste schot.
Het heldhaftige en edelmoedige Kronstadt droomde ervan Rusland door middel van een Derde Revolutie te bevrijden en was trots hiertoe het initiatief genomen te hebben. Vrijheid en universeel broederschap waren haar leuzen. Er werd geen duidelijk omschreven programma geformuleerd. Het stelde zich de Derde Revolutie voor als een geleidelijk bevrijdingsproces en de eerste stap in die richting zou de vrije verkiezing van onafhankelijke sovjets zijn. Sovjets dus die niet gecontroleerd zouden worden door welke politieke partij ook en die de wil en de belangen van de bevolking zouden uitdrukken. De zeelieden verkondigden hun groot ideaal aan de arbeiders uit de hele wereld en ze riepen het (Petrograds) proletariaat op zich bij hen aan te sluiten en gemeenschappelijk te strijden.
Maar intussen had Trotzky zijn manschappen verzameld en op 7 maart, om kwart voor zeven 's avonds, losten communistische batterijen de eerste schoten op Kronstadt. En de dag nadien meldde Izvestia : "Het eerste schot is gelost... Tot zijn knieën in het bloed van de arbeiders staande, opende maarschalk Trotzky het vuur op het revolutionaire Kronstadt, dat in opstand is gekomen tegen de alleenheerschappij van de communisten om de werkelijke sovjetmacht te vestigen.
Zonder een druppel bloed te vergieten hebben wij, manschappen van het Rode Leger, zeelieden en arbeiders uit Kronstadt, ons bevrijd van het communistisch juk, zonder daarbij iemand te doden. Onder bedreiging van kanonnen willen ze ons nu opnieuw aan hun tirannie onderwerpen.
Aangezien we geen bloed wilden vergieten, vroegen we onpartijdige afgevaardigden van het Petrogradse proletariaat naar ons te sturen, opdat ze zouden kunnen opmerken dat Kronstadt strijdt voor de macht van de sovjets. Maar de communisten hebben onze eis verzwegen gehouden voor de Petrogradse arbeiders en nu hebben ze het vuur geopend - het gebruikelijke antwoord van de zogenaamde arbeiders- en boerenregering op de eisen van de arbeidende massa's.
Wij willen de arbeiders uit de gehele wereld laten weten dat wij, de verdedigers van de sovjetmacht, de veroveringen van de sociale revolutie bewaken.
Wij zullen overwinnen of al strijdend voor de rechtvaardige zaak van de arbeidende massa's op de puinhopen van Kronstadt ten onder gaan.
De arbeiders uit de gehele wereld zullen onze rechters zijn. Het vergoten bloed van onschuldigen zal op de schouders van machtswellustige communistische fanatici neerkomen.
Lang leve de sovjetmacht !"

7. De nederlaag van Kronstadt.
Het bombardement op Kronstadt, dat in de avond van 7 maart begon, werd gevolgd door een poging het fort stormenderhand in te nemen. De aanval werd uitgevoerd door communistische keurtroepen die midden in een sneeuwstorm in witte kledij over de bevroren en besneeuwde Finse Golf trokken. Velen lieten die nacht op de ijzige vlakte het leven. Slechts een duizendtal bereikten 's morgens vroeg het eiland waarop Kronstadt gelegen was. Later op de dag was het aantal aanvallers niet meer te tellen.
Aan de andere kant bestond het garnizoen van Kronstadt uit minder dan 14.000 man
, waarvan een 10.000 zeelieden. Dit garnizoen moest een uitgestrekt front, over een groot gebied verspreid liggende forten en batterijen verdedigen tegen steeds nieuwe aanvalstroepen. Maar de opstandelingen hielden vol en tot het laatst toe bleven ze er op rekenen dat hun grote bevrijdingsvoorbeeld navolging zou vinden in Petrograd en het gehele land. In de Izvestia schreven ze op 11 maart : "Kameraden arbeiders, (...) Kronstadt heeft het vaandel van de opstand geheven en vertrouwt erop dat tientallen miljoenen arbeiders en boeren gevolg zullen geven aan haar oproep. Het mag niet zo zijn dat de in Kronstadt aangebroken dageraad niet voor heel Rusland zal aanbreken. Het mag niet zo zijn dat de Kronstadtse explosie niet heel Rusland en Petrograd in het bijzonder zal wakker schudden."
Maar er kwam geen hulp. Het Petrogradse proletariaat was bang gemaakt en Kronstadt werd op doelmatige wijze geblokkeerd en geïsoleerd. Het werd steeds duidelijker dat er van geen enkele kant hulp was te verwachten. Bovendien raakte Kronstadt elke dag verder uitgeput.
En bijna iedere nacht zetten de bolsjevieken hun aanvallen voort. Op 16 maart voerden ze gelijktijdig een gebundelde aanval van drie kanten uit en op 17 maart 's ochtends werden dan een aantal forten ingenomen, waarna ze de stad binnendrongen en een waar bloedbad aanrichtten. De wanhopige strijd van de zeelieden en soldaten van Kronstadt tegen een verpletterende meerderheid van communistische troepen duurde tot een stuk in de nacht. En een ware wraakorgie volgde... De stad zag nu rood van het bloed van haar mannen, vrouwen en zelfs kinderen.
Op 18 maart herdachten de bolsjewistische regering en de Russische communistische partij in het openbaar de Commune van Parijs van 1871, die in het bloed van de Franse arbeiders was gesmoord. Tegelijkertijd vierden zij 'de overwinning op Kronstadt'. Verscheidene weken lang zaten de gevangenissen van Petrograd vol met honderden gevangenen uit Kronstadt. Iedere nacht werden kleine groepjes op bevel van de Tsjeka uit hun cellen gehaald en ze verdwenen zonder ooit nog levend teruggezien te worden. Velen zouden hun laatste dagen slijten in verre gevangenissen en concentratiekampen...

Alexander Berkman evalueerde de Kronstadt-beweging als volgt :
"Ze was spontaan, onvoorbereid en vreedzaam. Dat het tot een gewapend conflict uitgroeide en eindigde in een bloedige tragedie, was volledig de schuld van het Tartaarse despotisme van de communistische dictatuur.
Hoewel Kronstadt in het algemeen de aard van de bolsjewieken onderkende, hoopte het nog steeds tot een vriendschappelijk vergelijk te kunnen komen. Het geloofde dat de communistische regering voor rede vatbaar zou zijn; het schreef 't enig gevoel voor rechtvaardigheid en vrijheid toe.
De Kronstadtse ervaring bewijst opnieuw dat de regering, de staat - in welke naam of vorm ook - altijd de doodsvijand van vrijheid en zelfbeschikking is. De staat heeft geen ziel, geen beginselen. Ze heeft maar één doel - de macht veroveren en die tot elke prijs vasthouden. Dat is de politieke les van Kronstadt.
Er is een andere les, een strategische, die uit elke opstand geleerd kan worden. Het slagen van een opstand wordt bepaald door de vastberadenheid, de kracht en de agressie ervan. De opstandelingen hebben de sympathie van de massa's. Dat gevoel wordt groter naarmate de opstand zich uitbreidt. Men mag niet toestaan dat dat terugloopt en verbleekt tot de kleurloosheid van het dagelijks leven.
Anderzijds vindt elke opstand een machtig staatsapparaat tegenover zich. De regering heeft het voordeel dat ze alle toevoerwegen en communicatiemiddelen in handen heeft. De regering mag de tijd niet gegund worden om deze macht te gebruiken. Een opstand moet krachtig en onverwacht zijn en onverwacht en vastberaden toeslaan. Zij mag niet lokaal blijven, want dat betekent stagnatie. Ze moet zich uitbreiden en verder ontwikkelen. Een opstand die lokaal blijft, een afwachtende politiek voert of zich defensief opstelt, is onvermijdelijk tot mislukken gedoemd.
Vooral in dit opzicht herhaalde Kronstadt de fatale strategische fouten van de Parijse Communards. Laatstgenoemden volgden de raad niet op van degenen die onmiddellijk een aanval op Versailles wilden ondernemen zolang de regering van Thiers nog in wanorde verkeerde. Zij breidden de revolutie niet uit over het land. Noch de Parijse arbeiders van 1871, noch de Kronstadtse zeelieden streefden ernaar de regering af te schaffen. De communards wilden alleen bepaalde republikeinse vrijheden en toen de regering probeerde hen te ontwapenen, verdreven ze de ministers van Thiers uit Parijs, stelden hun vrijheden vast en bereidden hun verdediging voor - verder niets.
Zo eiste ook Kronstadt alleen vrije sovjetverkiezingen. Na enkele commissarissen gearresteerd te hebben, bereidden de zeelieden hun verdediging voor. Kronstadt weigerde de raad van militaire deskundigen, om gelijk Oranienbaum aan te vallen, op te volgen. Deze was van het grootste militaire belang en bovendien lag er 50.000 pond tarwe opgeslagen, die Kronstadt toebehoorde. Een landing in Oranienbaum was uitvoerbaar, omdat de bolsjewieken erdoor verrast zouden worden en geen tijd gehad zouden hebben om versterkingen aan te rukken. Maar de zeelieden wilden niet in het offensief gaan en zo ging het psychologisch belangrijke ogenblik verloren. Enkele dagen later, toen de bolsjewistische regering door haar daden en uitspraken Kronstadt duidelijk gemaakt had dat het verwikkeld was in een strijd op leven en dood, was het te laat om de fout te herstellen. (Het nalaten van Kronstadt om Oranienbaum aan te vallen, gaf de regering de mogelijkheid het fort te versterken met haar betrouwbare regimenten, de 'besmette' delen van het garnizoen te elimineren en de leiders van het luchtmachteskader, die op het punt stonden zich bij de Kronstadtse opstandelingen aan te sluiten, te executeren. Later gebruikten de bolsjewieken de vesting als aanvalspunt tegen Kronstadt...)

Hetzelfde gebeurde met de Commune van Parijs. Toen men tot de logische conclusie was gekomen dat de opgedrongen strijd het noodzakelijk maakte het regime van Thiers, niet alleen in de eigen stad maar in het gehele land, af te schaffen, was het te laat. Zowel de Commune van Parijs als de opstand van Kronstadt toonde aan dat een passieve, defensieve tactiek noodlottig was.

Alexander Berkman in Moskou, 1920.
Alexander Berkman in 1920 in Moskou.

Kronstadt viel. De beweging van Kronstadt voor vrije sovjets werd in bloed gesmoord, terwijl de Bolsjewistische regering in diezelfde tijd compromissen sloot met Europese kapitalisten, de vrede van Riga ondertekende, waardoor 12 miljoen mensen aan de genade van Polen werden overgeleverd en het Turkse imperialisme hielp de republieken van de Kaukasus te onderdrukken.
Maar de 'triomf' van de bolsjewieken over Kronstadt hield echter tegelijkertijd een nederlaag van het bolsjewisme zelf in. Het legde het ware karakter van de communistische dictatuur bloot. De communisten bleken bereid te zijn het communisme op te offeren, bijna elk denkbaar compromis met het internationale kapitalisme te sluiten, maar ze wezen de gerechtvaardigde eisen van het eigen volk van de hand - eisen waarin de Oktoberleuzen van de bolsjewieken zelf doorklonken : door directe en geheime stemmingen gekozen sovjets, overeenkomstig de constitutie van de Russische socialistische federatieve sovjetrepubliek; en vrijheid van meningsuiting en persvrijheid voor de revolutionaire partijen.
Het tiende congres van de Russische communistische partij (8-16 maart 1921) werd ten tijde van de opstand van Kronstadt in Moskou gehouden. Op dat congres werd de gehele bolsjewistische economische politiek gewijzigd als gevolg van de gebeurtenissen in Kronstadt en de eveneens dreigende houding van het volk in verscheidene andere delen van Rusland en Siberië. De bolsjewieken gaven er de voorkeur aan hun grondbeginselen te laten vallen, de razverstka (gedwongen rekwisitie) af te schaffen, handelsvrijheid in te voeren, concessies te doen aan kapitalisten en het communisme zelf op te geven - het communisme waarvoor in de Oktoberrevolutie zeeën van bloed vergoten werden en die Rusland geruïneerd en tot wanhoop gebracht had - maar ze stonden geen vrije sovjetverkiezingen toe.
Kan iemand nog twijfelen aan het werkelijke doel van de bolsjewieken ? Streefden ze naar communistische idealen of naar regeringsmacht ?
Kronstadt is van groot historisch belang. Het luidde de doodsklokken voor het bolsjewisme met zijn partijdictatuur, idiote centralisatie, Tsjeka-terreur en bureaucratische kasten. Het trof de communistische autocratie recht in het hart. Tegelijkertijd zette het de intelligente en eerlijk denkende mensen in Europa en Amerika aan tot een kritisch onderzoek van de bolsjewistische mythe dat de communistische staat een 'arbeiders- en boerenregering' was. Het toonde aan dat het bolsjewistisch regime onvermijdelijk tiranniek en reactionair is en dat de communistische staat zelf uiterst contra-revolutionair is.
Kranstadt viel. Maar het viel zegevierend in haar idealisme, morele zuiverheid, edelmoedigheid en het verheven gevoel voor menselijkheid. Konstadt was schitterend. Het was er terecht trots op geen bloed van haar vijanden, de communisten in haar midden, vergoten te hebben. Er waren geen terechtstellingen. De ongeletterde, ongepolijste zeelieden, ruw in omgang en taal, waren te edel om het bolsjewistisch wraakvoorbeeld na te volgen : ze wilden zelfs de gehate commissarissen niet neerschieten. Kronstadt personifieerde de edelmoedigheid en de vergevensgezinde geest van de Slavische ziel en de honderden jaren oude bevrijdingsbeweging van Rusland.
Kronstadt was de eerste en volledig onafhankelijke beweging om het volk te bevrijden van het staatssocialistische juk - een directe, door de bevolking, door arbeiders, soldaten en zeelieden zelf, ondernomen poging. Het was de eerste stap naar de Derde Revolutie, die onvermijdelijk is en die naar we hopen het al tijden lang lijdende Rusland blijvende vrijheid en vrede zal brengen."

Tot slot nog iets over Trotzky. Ruud Uittenhout stelt dat "zijn rol in het drama van Kronstadt te boeiend en te banaal is om niet in het kort bekeken te worden. Zijn biograaf Deutscher geeft toe dat Trotzky bevel gaf tot het onderdrukken van de opstand, maar dat hij daarmee slechts de beslissing van het Politbureau uitvoerde. Trotzky zelf schreef dat hij politiek verantwoordelijk was, maar ontkende er verder bij betrokken te zijn geweest. De gevolgen van de beslissing om Kronstadt aan te vallen, probeert hij trouwens in de schoenen van Zinowjef (communist, voorzitter van de Petrogradse sovjet voor arbeid en verdediging) en de Tsjeka te schuiven.
Eind 1937 - begin 1938 werd in The New International (een trotskistisch blad) een discussie gevoerd over Trotzky's rol in het onderdrukken van de opstand, waarbij onder meer Max Eastman, Victor Serge, Souvarine, Ciliga en Dwight Macdonald waren betrokken. Doel van de discussie was om uit te vinden waar 'het' leninisme de wortels voor de opkomst van het stalinisme had gelegd. Sommigen meenden die te vinden in het neerslaan van de Kronstadtse rebellie. (Pikant detail hierbij is, dat Stalin zich binnen het Politbureau juist uitsprak tegen het neerslaan van de opstand.) Dat de wortels van het stalinisme in het leninisme, het marxisme liggen, daaraan werd in de discussie niet gedacht.
Voor Trotzky kwam het oprakelen van zijn rol in de Kronstadt-affaire slecht uit, daar hij bezig was te protesteren tegen de Moskouse processen (1936-1938), waar geconcludeerd werd dat alle nog levende leden van Lenin's Politbureau, met uitzondering van Stalin, schuldig waren aan zaken als economische sabotage, spionage voor imperialistische mogelijkheden en dergelijke. Dat op Trotzky's bevel de Kronstadtse bevolking gezuiverd was, maakte zijn protesten tegen stalinistische praktijken er niet geloofwaardiger op. Emma Goldman reageerde op Trotzky's diverse uiteenzettingen met : '(...) Hij heeft niets geleerd en is niets vergeten. De gebruikelijke bolsjewistische laster, leugens en vertekeningen zijn uit de familie-w.c. opgediept en worden naar de nagedachtenis van de Kronstadtse zeelieden geworpen.'
Intelligente commentaar op Trotzky's uiteenzettingen met betrekking tot zijn verantwoordelijkheid inzake Kronstadt werd geleverd door de latere trotskist Dwight Macdonald : 'Trotzky's redenering schijnt te zijn : alleen de bolsjewistische politiek kon de revolutie redden; de benden van Machno, de Groenen, de sociaal-revolutionairen, de Kronstadters, etc. waren tegen de bolsjewieken en daarom objectief gezien contra-revolutionairen; daarom werkten ze objectief gezien, voor de bourgeoisie... Een politieke maatregel wordt een heilige kruistocht door eenvoudigweg te weigeren een onderscheid te maken tussen subjectieve en objectieve categorieën - alsof een bankrover ervan beticht zou kunnen worden het kapitalisme omver te willen werpen."
(Bovenstaande tekst is gebazeerd op : Alexander BERKMAN, De opstand van Kronstadt, Haarlem, 1982 (1922).

BIBLIOGRAFIE :
Rudolf ROCKER, Le systeme des soviets ou la dictature du proletariat, Parijs, 1973; Rudolf ROCKER, Les soviets trahis par les bolcheviks (La Faillite du communisme d'Etat), Parijs, 1973; Emma GOLDMAN, Mijn leven, Dl. II, Baarn, 1979 (1931); VOLINE (e.a.), A propos du projet d'une "plateforme d'organisation" publie par le "Groupe d'anarchistes russe a l'etranger", Paris, 1927; VOLINE, The revolution ahead, London, 1973; ID., The people, London, 1973; ID., The Unknown Revolution 1917-1921, Detroit/Chicago, 1974; ID., Die zwei Ideeen der Revolution, Munchen, 1974; Dielo TROUDA, Organisatorisch platform van revolutionaire anarchisten, 154 p. : (PLATFORM)
Paul AVRICH, The anarchists in the Russian Revolution, Londen, 1973; E.H. CARR, The Bolshevik Revolution 1917-1923, Harmondsworth, 1971, 3 dln.; B. CHORUS, De aktualiteit van het Archinow-Platform, Groningen, 1977; Daniel GUÉRIN (red.), Ni Dieu ni Maître. Anthologie de l'anarchisme, Tome 4. : Makhno - Cronstadt - les anarchistes russes en prison - l'anarchisme dans la gurerre d'Espagne, Paris, 1976; Die Russische Revolution. - Anarchistische Texte, nrs. 21 - 24, Berlijn, 1980; H.
JAR, Rusland 1917-1922. De Bolsjewiki en de uitschakeling van de andersdenkende linkse revolutionairen, Rotterdam, 1967; Leszek KOLAKOWSKI, Geschiedenis van het marxisme, Utrecht/Antwerpen, 1980-1981, 3 dln.; Arthur LEHNING, Radendemocratie of staatscommunisme. Marxisme en anarchisme in de Russische Revolutie, Amsterdam, 1972; Arthur LEHNING, De Russische Revolutie en het anarcho-syndikalisme, Amsterdam, 1976; Alexandre SKIRDA, Les anarchistes dans la révolution russe, Parijs, 1973; Isaac STEINBERG, Gewalt und Terror in der Revolution, Berlijn, 1974.

Notes sur l'anarchisme en U.R.S.S. de 1921 à nos jours. - Les cahiers du vent du ch'min, Saints-Denis, 1983.

De Machnobeweging.
Pjotr ARSJINOF, Geschiedenis van de Machnobeweging. Anarchistische praktijk in de Oekraïne, 1918-1921, Haarlem, 1983 (1923);
Pjotr ARSJINOF, Anarchisme en de dictatuur van het proletariaat (Russ.), Parijs 1931; Isaak BABEL, Die Reiterarmee, Berlijn, 1994 (1926), 320 p.; Nestor MACHNO, Das ABC des revolutionären Anarchisten, Berlijn, 1928; Ida METT, Souvenirs sur Nestor Makhno, Paris, 1983; Ossip TSEBRY, Souvenirs d'un partisan makhnoviste, Cruseilles, 1984; VOLINE (V. M. EICHENBAUM), Die unbekannte Revolution, Hamburg, 1976-1979, dl. 2 & 3.
Anton CONSTANDSE, Nestor Machno, een tragisch heldendicht, Amsterdam, 1976; F. GLASTRA, Het anarchisme der Machnovschina. Een aspekt van de Russische Revolutie in de Oekraïne, Amsterdam, 1980 (verh.); Frans LODEWIJKX, De Machnovtschina. Een zwarte vlag zonder lading ? Een onderzoek naar het wezen van een opstandige boerenbeweging in de Ukraïne in de jaren 1918-1921, Tilburg, 1980 (verh.); Frans H. M. LODEWIJKX, Nestor Machno 1889-1934. Portret van een onbekend anarchist, Amsterdam, 1984; Frans H. LODEWIJKX, Pjotr Arsjinof, de Machnovstsjina en het Platform. Een kritische toelichting, Haarlem, 1983; M. PALIJ, The anarchism of Nestor Makhno (1918-1921), an aspect of the Ukrainian Revolution, Seattle, 1976; V. PETERS, Nestor Makhno: the life of an anarchist, Winnipeg, 1970; Alexandre SKIRDA, Nestor Makhno, anarchy's Cossack : The Struggle For Free Soviets In The Ukraine 1917-1921, AK-Press, 2004; Y. TERNON, Makhno. La revolte anarchiste, Bruxelles, 1981.

De opstand van Kronstadt.
Alexander BERKMAN, De opstand van Kronstadt, Haarlem, 1982 (1922); ID., De Russische revolutie en de communistische partij, Baarn 1979; Ida METT, Die Kommune von Kronstadt, Berlijn, 1971 (1948) : COMMUNE van KRONSTADT
Paul AVRICH, Kronstadt 1921, Princeton, 1970; Henri ARVON, La revolte de Cronstadt, Brussel, 1980; Jaap KLOOSTERMAN, Kroonstad 1921. De 'derde' revolutie, Bussem, 1982; Willie VERHOYSEN, De opstand van Kronstadt in 1921 tegen Lenin. - Perspectief, jg. 6, nr. 23, p. 47-51.