Oscar WILDE
(Dublin, 16 oktober 1854 - Parijs, 30 november 1900)
alias Sebastian Melmoth

Oscar WildeOscar WildeOscar Wilde

Oscar Fingal O'Flahertie Wills Wilde was van Ierse afkomst. Hij werd geboren als de jongste zoon van Sir William en Lady Jane Wilde. Zijn vader was een vooraanstaand oog- en oorchirurg en schreef boeken over archeologie en folklore. Terwijl zijn moeder bekendheid verwierf als een zeer nationalistisch schrijfster, dit onder het pseudoniem Speranza. Met andere woorden, Oscar Wilde was een telg uit een gegoede Ierse familie.

Wilde studeerde van 1871 tot 1874 klassieke talen aan het Trinity College in Dublin. Hij was een briljante student, en sleepte aan het Trinity de felbegeerde Berkeley Gold Medal in de wacht.

Daarna ging hij naar het Magdalen College in Oxford. Hier won hij in 1878 de Newdigate Prize voor zijn gedicht Ravenna.

In 1875 ondernam hij met zijn vroegere leraar aan het Trinity College, John Pentland Mahaffy, een reis naar Italië en twee jaar later ging hij met dezelfde Mahaffy naar Griekenland, dit in een tijd waarin het eerder ongewoon was dat studenten naar de bakermat van de Grieks-Romeinse beschaving reisden.

Tijdens zijn studententijd in Oxford werd hij echter vooral bekend door zijn rol in de 'esthetische en decadente beweging'. Hij liet zijn haar groeien, toonde publiekelijk minachting voor de ‘mannelijke’ sporten, en versierde zijn kamer met pauwenveren, lelies, zonnebloemen, Chinees porselein en andere objets d’art.

Oscar Wilde

Oscar Wilde werd al snel een voorvechter van het esthetische principe ‘Kunst om de kunst’ (l’art pour l’art: kunst zonder bijbedoeling, alles is goed zolang het de kunst maar dient). Kunst moest zich vooral bezighouden met schoonheid in kleur en vormgeving, en niet met de exacte weergave van mensen en zaken. Wilde omarmde het 'l'art pour l'art'-principe met overgave.

Na zijn afstuderen in 1878 begon hij toneelstukken te schrijven. Het eerste was Vera, or the Nihilists (gepubliceerd in 1880). In 1879 ging Wilde in Londen lezingen geven over esthetische waarden. En hij leefde op grote voet. Na het overlijden van zijn vader voorzag Wilde deels in zijn onderhoud door de opbrengst van enkele bezittingen in Ierland.

In 1882 hield Wilde een lezingentournee doorheen de Verenigde Staten en Canada. Deze tournee was een 'media event' avant la lettre. Overal waar Wilde kwam werd hij zowel verguisd als de hemel in geprezen. Door het geweldige succes van rondreis ontstond er een ware rage van estheticisme. Met Wildes portret, en zijn karikatuur in Patience, werd reclame gemaakt voor sigaren, gezondheidspoeder, gietijzeren stoofjes en alle mogelijke andere koopwaar. Plotseling werden zonnebloemen en lelies enorm populair. En dat de beroemde estheet door veel critici de grond werd ingeboord, maakte hem alleen maar bekender. In de geïllustreerde tijdschriften werden talloze karikaturen van hem opgenomen. De weerstand die zijn geëffemineerde uiterlijk opriep leidde ook wel tot onverkwikkelijke scènes : in Oxford kwam zijn gedrag hem op een bad in de rivier de Cherwell en een aanval op zijn studentenkamer te staan. Maar door zijn aplomb wist Wilde dergelijke situaties te beheersen en uit te buiten. De lange haren, extreme kostuums, esthetische gebaren, exquise voorwerpen en het uitgelezen taalgebruik werden het handelsmerk van Oscar Wilde en zijn aanhang.

De 'esthetische beweging' had een blijvende invloed op de Engelse decoratieve kunst. Als woordvoerder van deze beweging werd Oscar Wilde een van de bekendste personen van zijn tijd. Naast de bespottingen werden zijn geaffecteerde paradoxen en zijn scherpe, grappige opmerkingen vaak aangehaald.

Wilde trouwde in 1884 met Constance Lloyd en kreeg twee zonen, Cyril (1885) en Vyvyan (1886). Maar "zijn dandyeske gedrag bleef niet onopgemerkt. Oscar Wilde werd tegelijk het voorwerp van spot én van jonge bewonderaars. Uiteindelijk was het een zeventienjarige Canadees die hem amper twee jaar na zijn huwelijk tot de herenliefde bekeerde."

Naast het geven van lezingen hield Wilde zich in de jaren tachtig bezig met het schrijven voor en het redigeren van tijdschriften. Zo werkte hij in de jaren 1887 tot 1889 als recensent voor de Pall Mall Gazette en in diezelfde jaren was hij ook redacteur van The Woman's World. Wilde schreef ook een aantal langere stukken en publiceerde die samen met kunstkritieken in zijn boek Intentions 1891.

In 1888 verscheen zijn eerste verzameling sprookjes in The Happy Prince and Other Tales, een luxueus verzorgd boek met illustraties. Drie jaar later werd zijn enige roman uitgebracht, The Picture of Dorian Gray. Critici hebben wel beweerd dat er parallellen waren tussen de hoofdpersoon van het boek en zijn schrijver. Het is een beklemmend boek, waarin de hoofdpersoon ondanks zijn verdorvenheid en slechte levensstijl jong, mooi, en gezond blijft, terwijl zijn in de kast bewaarde geschilderde portret steeds verder verloedert en veroudert - tot de griezelige ontknoping.

Wilde had in 1881 al een selectie van zijn gedichten gepubliceerd, die in een kleine kring bewondering opriepen. Na The Happy Prince bracht hij een tweede bundel sprookjes uit in 1891, The House of Pomegranates, door de schrijver naar eigen zeggen niet bedoeld 'voor het Britse kind, noch voor het Britse publiek'.

Wilde werd in de loop der jaren steeds individualistischer. Hij distantieerde zich steeds openlijker van de heersende moraal in het Victoriaanse Engeland. Als kunstenaar eiste hij volledige vrijheid. Daarin werd hij beïnvloed door het werk van de Chinese filosoof Zhuangzi. Wilde voelde zich sterk aangesproken door een filosoof die "leefde in een tijd waarin iedereen zijn deugden voor zich hield en niemand zich met andermans leven bemoeide". Oscar Wilde was enthousiast over de "volmaakte mens" van Zhuangzi, die "al wat buiten zijn bereik ligt aan zichzelf overlaat en door het materiële niet wordt gehinderd. Zijn mentaal evenwicht maakt hem de meester van zijn eigen wereld". Wilde ging verder met het bewonderen van Zhuangzi-idealen van "zelfontwikkeling en het zich eigen maken van culturele waarden".

In 1891 ontmoette Wilde Lord Alfred Douglas, de zoon van de Markies van Queensberry. De beide mannen werden dol op elkaar, ondanks het feit dat Wilde getrouwd was. De vader van Douglas wilde deze relatie beëindigen. In 1895 beschuldigde Queensberry Wilde van homoseksualiteit en sodomie, waarop Wilde in verweer ging en een proces wegens smaad begon tegen de markies. De rechtbank stelde Queensberry echter in het gelijk. Bovendien kwam in het proces bewijs naar voren dat Wilde "grove onzedelijke handelingen" had begaan met jonge mannen van lagere afkomst, en nu moest hij zelf in de beklaagdenbank gaan zitten. De vervolging heeft niet getracht om het veel zwaarder bestrafte delict "Sodomie" oftewel anaal geslachtsverkeer ten laste te leggen of te bewijzen. Hoewel Wilde de kans had om naar Frankrijk te vluchten koos hij ervoor om dat niet te doen. Oscar Wilde werd gearresteerd en tot twee jaar gevangenisstraf met dwangarbeid veroordeeld. Zijn vrouw scheidde van hem en nam met haar twee zoons de achternaam "Holland" aan. Gedurende zijn gevangenschap schreef Wilde een lange brief aan Douglas, die echter pas na zijn dood gepubliceerd werd onder de titel De Profundis.

Door zijn gevangenschap was zijn gezondheid achteruitgegaan en Wilde bracht de laatste jaren van zijn leven in armoede door in ballingschap in Frankrijk waar hij op 46-jarige leeftijd aan hersenvliesontsteking bezweek. Op zijn sterfbed bekeerde Wilde zich nog tot het katholicisme. Hij ligt begraven op het kerkhof Père-Lachaise in Parijs.

Individualisme en socialisme

Oscar Wilde's bekendste literair werk :

In 1891 verscheen Wilde's enige roman, The Picture of Dorian Gray, een klassiek 'gothic' griezelsprookje met een Faustiaans thema, waarin het estheticisme een belangrijk motief is.

Wilde is echter het bekendst geworden en gebleven door zijn toneelstukken. Vanaf 1892 werd er vrijwel jaarlijks een nieuw toneelstuk van hem uitgebracht: Lady Windermere's Fan (1892) werd gevolgd door A Woman of No Importance (1893), An Ideal Husband (1895) en The Importance of Being Earnest (1895), zijn meesterwerk, waarin hij de aristocratie op de hak neemt.

De toneeldialogen zijn doorspekt met citeerbare oneliners die in het Engels ook vandaag de dag nog vaak worden aangehaald. (Bijvoorbeeld "There is only one thing in the world worse than being talked about, and that is not being talked about" en "I'm glad to hear you smoke. A man should always have an occupation of some kind".) Overigens bedacht Wilde deze aforismen ook juist om er de aandacht mee te trekken; soms zond hij ze als telegram naar The Times.

Een aantal van deze toneelstukken wordt nog steeds gespeeld, met name The Importance of Being Earnest (dat ook verfilmd is) en An Ideal Husband. Wilde was tien jaar lang een uiterst populair toneelschrijver die op ieder moment een of meer toneelstukken in productie had, waarbij hij in populariteit slechts werd overtroffen door George Bernard Shaw.

Tot slot melden we nog even dat Oscar Wilde in zijn essay The Soul of Man Under Socialism duidelijk uiting geeft van sympathie voor het individualistisch-anarchistisch ideeëngoed. Wilde betoogt dat in het kapitalisme de meerderheid van de mensen gedwongen is tot een "ongezond altruïsme": in plaats van hun ware talenten te realiseren, hebben zij een dagtaak aan het oplossen van de sociale problemen die het kapitalisme voortbrengt. In een socialistische samenleving, daarentegen, bestaan deze problemen niet meer: "het socialisme als zodanig", schrijft Wilde, zal "zijn waarde hebben om de eenvoudige reden dat het voeren zal tot een hoger individualisme."
Het essay verscheen in 1891 in de Pall Mall Gazette en in 1904 voor het eerst in boekvorm. In 1913 verscheen de Nederlandse vertaling van P.C. Boutens onder de titel "Individualisme en Socialisme".

 

BIBLIOGRAFIE :

Vele bekende werken, waaronder:

Verhalenbundels :

Roman :

Toneel :

Poëzie :

Prozagedichten :

Essay :

Brieven :

LITERATUUR :

P.C. BOUTENS, Individualisme en Socialisme, 1913.

Richard ELLMANN, Oscar Wilde, Londen (Hamish Hamilton), 1987.
Merlin HOLLAND, Album Oscar Wilde, Parijs (Bibliothèque de la Pléiade), 1996.
Neil McKENNA, The Secret Life of Oscar Wilde, Londen, (Century Publishing), 2003.
Vincent BYLOO, Oscar Wilde. Beschuldigd van : ontucht. - Knack Focus, 28/4-4/5/2012, p. 98.

Terug naar : Biografiën
of
   Beginpagina