Johann Jozef MOST
(Augsburg (Du.), 5-2-1846 - Cincinnati (USA), 17-3-1906).

Johann Most in 1886
(F. TRAUTMANN, The voice of terror.  A biography of Johann Most..., p. II.)

Johann Most werd in 1846 in Augsburg in Beieren geboren.  Hij verloor zijn moeder op tienjarige leeftijd en drie jaar later werd tijdens een operatie zijn gezicht verminkt.  Weggestuurd van de school werd Most boekbinder en toen hij zeventien was trok hij vijf jaar rond door Duitsland, Italië, Hongarije, Zwitserland en Oostenrijk.  In 1868 sloot hij te Zurich aan bij een arbeidersorganisatie en hij kwam er in contact met de socialist en latere evolutionist Herman Greulich.  In oktober van dat jaar was hij actief in de arbeidersbeweging in Wenen.  Het volgende jaar werd hij door het Habsburgse gerecht veroordeeld tot een maand gevangenisstaf omdat hij op 30 mei het woord gevoerd had op een meeting waar meer dan tienduizend arbeiders aanwezig waren. 2 maart 1870 werd hij terug gearresteerd.  Deze keer omdat hij beschouwd werd als een van de voormannen van een betoging.  Op beschuldiging van hoogverraad werd hij veroordeeld tot vijf jaar opsluiting, maar na een amnestiemaatregel werd hij reeds in mei 1871 uit het land gezet.  Most week uit naar zijn geboorteland Beieren en werd daar een van de leiders van de sociaal-democratie.  Ook hier werd hij voor zijn socialistische agitatie vervolgd. In 1873 belandde hij in Saksen in de gevangenis en begon hij met de studie van de Franse taal.  Op het einde van dat jaar was hij terug op vrije voeten en begin 1874 trouwde hij met Klara HänschMost was in 1871 in Chemnitz al uitgever geweest van de Freie Presse en in januari 1874 gaf hij te Mainz de Volksstimme uit.  Maar eens te meer werd hij gekerkerd.  Ondanks het feit dat hij inmiddels als parlementslid verkozen was sloten de Pruisen hem voor zesentwintig maanden op als sanctie voor een ‘aanstootgevende’ speech over de Commune van Parijs.  In 1876 was hij terug journalistiek actief als uitgever van de Berlijnse Freie Presse en in de zomer van dat jaar leerde hij de anarchist August Reinsdorf kennen.  In 1877 werd hij herverkozen als parlementariër.  Most manifesteerde zich als een radicale sociaal-democraat maar eind juli 1878 verloor hij zijn zitje in het parlement.  Als gevolg van de anti-socialistenwetten werd Freie Presse spoedig verboden en Most vloog achter de tralies omdat hij aanslagen op de Duitse keizer had becommentarieerd.  Uiteindelijk verliet hij het land en eind december arriveerde hij in Londen, het toenmalige Mekka van de Europese politieke vluchtelingen.
Hier kwam hij terecht bij de Communistischen Arbeiterbildungsverein, die al van in 1840 bestond.  De kring stelde niet veel meer voor, maar onder meer Most wist hem tot centraal comité van de internationale ‘sociaal-revolutionaire’ beweging uit te bouwen.  Vanaf 4 januari 1879 werd van hieruit het blad Die Freiheit uitgegeven.  Aanvankelijk nog met een ondertitel die verwees naar de sociaal-democratie, maar spoedig ontpopte het blad zich als de stem van de revolutionaire strekking in het Duitstalige socialisme in Europa.  In België wist Most zich te verzekeren van de steun van de Brusselse migrantenkring Deutscher Leseverein.  In de zomer van 1879 kwam hij zelfs op bezoek, maar hij werd vrijwel onmiddellijk door de ordediensten het land uitgezet.  Dit had een aantal protestmeetings tot gevolg waaraan ook Belgische revolutionairen en evolutionisten deelnamen.  Most werd door de Belgen tot een van de groten van het internationale socialisme gerekend en in die zin dook zijn naam geregeld op in de gesprekken.  Bijvoorbeeld in het voorjaar van 1881 werd hij expliciet genoemd op samenkomsten van de conspiratieve groep Les Frères de l’ABC en ook tijdens vergaderingen van de nationale Union Révolutionnaire werd naar hem verwezen.

Most hield zich op met de anarchisten Victor Dave en August Reinsdorf, de Franse blanquist Edouard Vaillant en steunde de radicale rijksdagafgevaardigde Wilhelm Hasselmann die hem in de lente van 1880 te Londen kwam vervoegen.  In augustus 1880 werden Hasselmann en Most wegens hun radicalisme publiekelijk uit de evolutionistische, Duitse sociaal-democratische partij gestoten.  Dat gebeurde op het congres van Wyden.  Most manifesteerde zich nu nog meer als revolutionair en anarchiseerde verder.  Volgens de historicus Heiner Becker verklaarde hij op 2 oktober 1880: “We have not become anarchists.  But it is true that we regard them as honest social revolutionaries who stand closest to us and with whom we - exactly as the Belgian revolutionaries of all colours do now - can go hand in hand…”  En hij was actief betrokken bij de organisatie van het internationaal revolutionair en anarchistisch congres dat van 14 tot 19 juli 1881 te Londen plaatsvond.  Uit die dagen vinden wij in Pruisische politiebronnen het volgende over hem : “Most hingegen hält die jetzigen Zustände in Staat und Gesellschaft für so unerträglich, dass sie um jeden Preis geändert werden müssen, er glaubt auch, dass die Revolution schon jetzt ausfürbar sei, und sucht sie deshalb mit allen Kräften herbeizuführen.  Durch die Revolution will er aber nicht mehr die Gründung eines nach sozialistischem Muster eingerichteten Staates erleichtern, sondern als Ideal schwebt ihm die vollständige Anarchie vor, die Revolution ist ihm also nicht mehr Mittel, sondern Selbstzweck .”  En verder : “Neben der Förderung der Revolution beschäftigt sich Most aber auch noch lebhaft mit dem Gedanken an die Begehung von Gawaltacten und  Attentaten, welche seinen Intentionen nach dazu dienen sollen, das Volk aus seiner Lethargie zu erwecken, und der Revolution günstig zu stimmen.”  Ondertussen ging ook het blad Freiheit steeds openlijker de anarchistische toer op en de gewelddadige propaganda door de daad passeerde in menig artikel.  Uiteindelijk zou dit laatste een kruis trekken over de Europese versie van het blad.  Toen Most in maart 1881 vol lof over de Russisch nihilisten en hun gelukte aanslag op tsaar Alexander II schreef, werd hij prompt gearresteerd en veroordeeld tot zestien maanden dwangarbeid.  Most zou op het internationaal anarchistencongres dan ook niet aanwezig zijn.  In december 1882, na zijn vrijlating, vertrok hij naar de Verenigde Staten van Amerika en nam hij het blad Freiheit met zich mee.
In Amerika werd Most de leider van de groeiende, Duitse, anarchistische migrantenbeweging.  Hij werd actief in de syndicale strijd en bleef terroristische actiemiddelen propageren.  Een voorbeeld van dit laatste was, in 1885, de uitgave van een brochure waarvoor hij nog maar eens achter de tralies vloog.  In de jaren negentig werd hij milder.  Hij zag af van individuele, geïsoleerde aanslagen en ging definitief de anarcho-syndicalistische toer op, al bleef hij bij momenten sympathie voor het gebruik van geweld koesteren.

Johann MOST

 

BIBLIOGRAFIE :
Johann MOST,  Dokumente eines sozialdemokratischen Agitators…, 4dln.

Algemeen Rijksarchief (Brussel), Individueel Dossier 344198 : Most;  Stadsarchief Brussel, Individueel Dossier 4163 : Most;  Stadsarchief Brussel, Kt.194, 7-8-1879, Association Internationale des Travailleurs.  Section bruxelloise.  Protestation contre l’expulsion des citoyens Johan Most…;  Politiearchief Parijs, Individueel Dossier B a/1291 : Verrycken, Extr. d’un rapp. Cabinet, 19-8-1879;  Stadsarchief Brussel, Individueel Dossier 569 : Hohn, uittreksel uit een politieverslag van 20-1-1880;  La Trique, 16-8-1879, p. 2, kol. 1-2;  Le Mirabeau, 24-8-1879, p. 2, kol. 2-3;  31-8-1879, p. 3, kol. 1-4, p. 4, kol. 1;  Le Révolté, 23-8-1879, p. 2, kol. 3 - p. 3, kol. 1; Les Droits du Peuple, 20-6-1880, p. 3, kol. 4;  La Voix de l’Ouvrier, 6-6-1880, p. 4, kol. 1;  La Révolution Sociale, 24-10-1880, p. 3, kol. 4;  La Justice Sociale, 24-7-1881, p. 3, kol. 3.

A. ZACHER, L’Internationale Rouge…, p. 25-31, 38-41, 215-222;  R. HOEHN, Die vaterlandslosen…, p. 13, 16-18, 27-28, 38, 42, 51, 65, 70-71, 84-85, 87;  C. DE PAEPE, Niederlände…, p. 318;  L. BERTRAND, Histoire…, p. 335;  H. WOUTERS, Documenten…, dl. III, p. 1320-1323, index p. 1768.

H. BECKER, Johann Most in Europe…;  V. SZMULA, Einleitung…;  R. ROCKER, Johann Most : Das Leben eines Rebellen, Berlin, 1924, 435 p. (heruitgave 1984);  M. NETTLAU, Geschichte..., dl. II, p. 301-302, dl. III, p. 145-166;  U. LINSE, Organisierter..., p. 42-46, 63-64, 128-129;  A. CARLSON, Anarchism..., dl. I, p. 173-187, 324-325;  F. TRAUTMANN, The voice of terror.  A biography of Johann Most...;   D. DE WEERDT, De Belgische…, p. 105-106;  D. DE WEERDT, Het ontstaan…, p. 149, 639;  G. VANSCHOENBEEK, Novecento…, p. 18;  T. GOYENS, Johann Most…;  J. MOULAERT, De Vervloekte Staat…, p.173.

Terug naar : Biografiën
of
   Beginpagina