Louise MICHEL
(Vroncourt-la-Côte (Fr.), 29 mei 1830 – Marseille, 10 januari 1905)

Louise MICHELLouise MichelLouise Michel

Louise Michel was de dochter van de kasteelheer van Vroncourt, Charles Demahis, (of zijn zoon) en diens jonge dienstmeid Marianne Michel.  De edelman en zijn vrouw voedden dit buitenechtelijk kind evenwel met liefde op en zij kreeg een goede opleiding.  Michel werd onderwijzeres en richtte zelf een tweetal vrije scholen op in de regio Haute-Marne.  Op zesentwintigjarige leeftijd ging zij lesgeven in Parijs.  Hier werd ze politiek actief als medewerkster aan oppositiebladen tegen het keizerrijk en ze schreef gedichten die ze verstuurde naar Victor Hugo.  Zij kwam er verder in contact met de revolutionairen Eudes, Rigault, Vallès, Varlin en vooral Théophile Ferré, waarop ze (platonisch) verliefd werd. 
Michel werd een van de belangrijkste militanten van de Commune, als redenaarster in de clubs en als ambulancierster en soldaat op de barricades.  Als heldin kreeg ze de bijnaam : “la vierge rouge”.  Na de val van de Commune, op 16 december 1871, werd ze veroordeeld tot deportatie en in de zomer van 1873 werd zij overgebracht naar de strafkolonie Nieuw-Caledonië (ten Oosten van Australië).  Hier zette zij zich in voor de autochtone Kanaakse bevolking.  Na de amnestie van 1880 keerde ze terug naar Parijs en de volgende vijfentwintig jaar zou ze gaan militeren voor het anarchisme.  Ze schreef vele artikels en boeken, gaf conferenties en was voor velen de levende incarnatie van la Marianne.  Voor de geschiedenis van het socialisme en van de Commune van Parijs zijn haar “Mémoires”(1886) en “La Commune”(1898) van belang.
Toen de Belgische anarchist Egide Spilleux in 1880 uitweek naar Parijs en er van wal stak met het blad La Révolution Sociale mocht hij ondanks het voorbehoud van Kropotkin onder meer rekenen op de steun van Louise Michel.  De ‘pétrolleuse’ van de Commune ontving hem met open armen.  Zij getuigde hierover in haar memoires.  Zij schreef dat zij het volste vertrouwen in Spilleux had en gretig inging op zijn vraag om aan het nieuwe weekblad mee te werken.  Zelfs toen Spilleux in de memoires van de Parijse politieprefect genoemd werd als infiltrant, bleef zij twijfelen.  Het enthousiasme van Michel had waarschijnlijk ook te maken met de persoonlijkheid van Spilleux.
In december 1880 was er sprake van een bezoek van Michel aan Brussel.  Samen met Spilleux en Ferdinand Monier wilde zij in januari 1881 in België conferenties houden.  De propagandatrip ging evenwel niet door.  In juni 1881 was er terug sprake van een bezoek van Louise Michel en Spilleux aan Brussel.  Uiteindelijk zou ze pas in november 1882 naar België komen.  In Gent hield zij een conferentie en er braken rellen uit tussen socialistische arbeiders en tegenbetogende studenten. Het jaar daarop nam zij deel aan werklozenbetogingen in de Parijse voorsteden en werd zij gearresteerd.  Het Franse gerecht veroordeelde haar op 23 juni 1883 tot 6 jaar opsluiting en 10 jaar politietoezicht.  Maar in 1886 kwam zij (na amnestie) vervroegd vrij en week ze uit naar Londen.  Hier verbleef ze tot 1896, al kwam ze herhaaldelijk naar Frankrijk om spreekbeurten te geven en revolutionaire, anarchistische meetings te bezoeken.  Korte tijd na de anarchistische bijeenkomst die op 30 juli 1896 in Londen doorging en waarop naast Louise Michel talloze bekende anarchisten aanwezig waren (o.a. Peter Kropotkin, Elisée Reclus, Gustav Landauer, Errico Malatesta en Domela Nieuwenhuis)  keerde Louise Michel  terug naar Frankrijk.  Hier bleef ze conferenties geven en toespraken houden, ondermeer samen met Sébastien Faure (1896-1897) en later met Ernest Girault (1903-1904).  Uiteindelijk zou ze op 10 januari 1905 te Marseille overlijden.


BIBLIOGRAFIE :

L. MICHEL, Mémoires…
L. MICHEL, La Commune…
L. MICHEL,
Je vous écris de ma nuit…


Stadsarchief Brussel, Politiefonds, Kt.178ter, 7-6-1881;  H. WOUTERS, Documenten..., p. 1657, 1666.


R. DESVOYONS, La Communarde Louise Michel, Brussel, 1932, 28 p.;  F. D. NIEUWENHUIS, Louise Michel, 1830-1905, Amsterdam, z.d., 121 p.;  E. THOMAS, Louise Michel, Montréal, 1980;  B. NOËL, Dictionnaire…, p. 434- 436;  G. VANSCHOENBEEK, Novecento…, p. 137;  F. JORIS, Pierre Fluche…, p. 377;  H. VANDEN BROECK, Omdat…, p. 111,157;  J. DEBROUWERE, Van muiters…, p. 61, 72-73, 100-103, 108-109; J. BARONNET & J. CHALOU, Communards en Nouvelle-Calédonie…, index p. 419.

"Macht maakt je harteloos, egoïstisch en wreed, onderworpenheid verlaagt de mens;
de Anarchie zal het einde zijn van al die verschrikkingen waarin het menselijk ras altijd zijn wortels heeft gehad.
"
(Louise Michel)


Terug naar : Biografiën
of
   Beginpagina