Buenaventura DURRUTI
(León, 14 juli 1896 - Madrid, 20 november 1936)

Durutti Buenoventura DURUTTIDURUTTI

"The Only Church That Illuminates Is A Burning Church."

Buenaventura Durruti Dumange werd geboren op 14 juli 1896 in León, in het noorden van Spanje, als tweede zoon van Santiago Durruti Malgor, een spoorwegarbeider afkomstig uit Baskenland, en Anastasie Dumange Soler.
Toen hij 14 jaar oud was ging Durruti aan het werk in het spoorwegatelier in León waar ook zijn vader werkte en hij werd er lid van de sociaal-democratische vakvereniging Union General de Trabajadores (U.G.T.). In 1917 riep deze U.G.T. een staking uit waaraan Durruti actief deelnam. Om de staking te breken riep de Spaanse regering de hulp in van het leger. Zeventig mensen werden om het leven gebracht, meer dan 500 arbeiders werden verwond en tweeduizend stakers werden zonder proces of vonnis gevangen gezet. Velen vluchtten naar het buitenland. Durruti, die in onmin was geraakt met de sociaal-democratische leiding omdat hij die te gematigd vond, ontsnapte naar Frankrijk.
Tijdens zijn ballingschap werkte hij in Parijs als monteur. Hier trad hij in contact trad met leden van de zes jaar eerder opgerichte anarcho-syndicalistische vakbond CNT en keerde in 1920 terug naar Spanje als een overtuigd aanhanger van het "communismo libertario"... In de Baskische kuststad Donostia ontmoette hij één van de voormannen van de CNT, en deze overtuigde de jongeman dat er voor hem een plaats weggelegd was op de barricades van Barcelona.

Vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw had de Catalaanse hoofdstad een snelle en vergevorderde industrialisering doorgemaakt die van de stad het belangrijkste industriële centrum van het Iberische schiereiland maakte. De Catalaanse bourgeoisie gebruikte de immense weelde die zij in die jaren vergaarde om Barcelona om te toveren tot één van de weelderigste steden van Europa. Keerzijde van de medaille was de uitbuiting van het 'proletariaat', voornamelijk verpauperde migranten uit het omliggende platteland en de naburige provincies, die in de meest precaire omstandigheden samenhokten in de sloppenwijken van Barcelona.
Maar met de industrialisering had ook de arbeidersbeweging zich ontwikkeld en vooral het anarchisme vond er aanhang onder de arbeiders wat ertoe leidde dat Barcelona vanaf de eeuwwisseling ongetwijfeld het meest militante proletariaat van Europa kende en haar bijnaam "de roos van vuur" alle eer aandeed.

Vastbesloten om de zich ontwikkelende arbeidersbeweging met wortel en tak uit te roeien riepen de Catalaanse industriëlen niet alleen de hulp in van de Spaanse staat, maar organiseerden zij ook nog eens hun eigen doodseskaders, de zogenaamde "pistoleros". Tussen 1919 en 1923 woedde er in de stad een ongekende terreur, waarbij zowat iedere bekende syndicalist of anarchist vermoord werd. De Spaanse gouverneur van Catalonië, Martinez Anido, liet de politie de zogenaamde "Ley de Fugos" toepassen waarbij arrestanten "op de vlucht" systematisch werden neergeschoten. De anarchisten waren echter niet van plan om deze repressie ongestraft over zich heen te laten gaan en organiseerden op hun beurt een onverbiddelijke tegenterreur. Moord volgde op moord, aanslag op aanslag, in een steeds doller wordende spiraal van geweld.

Durruti met vrienden + als soldaat

Bij zijn aankomst in Barcelona vervoegde Durruti onmiddellijk "Los Justicieros", één van de vele anarchistische groepen die actief deelnam aan de stadsguerilla. Later richtte hij, samen met o.a. Francisco Ascaso, Garcia Oliver en Ricardo Sanz, een eigen organisatie op : "Los Solidarios" (later omgedoopt tot "Nosotros"). Wanneer in augustus 1922 de CNT voorzitter Salvador Segui door de politie werd vermoord, besloten "Los Solidarios" om hard terug te slaan. Als doelwit kozen zij de kardinaal van Zaragossa, Juan Soldevilla, een personage dat door de anarchisten bijzonder gehaat werd. Niet alleen vertegenwoordigde de kardinaal de 'verfoeide' katholieke kerk, maar in zijn persoon verenigde Soldevilla ook die voor de hele Spaanse kerk zo typische unie tussen het geestelijke en het wereldlijke : de kardinaal bezat immers een immens fortuin dat hij haalde uit een reeks hotels, casino's en andere speelholen, organiseerde de zogenaamde "gele" syndicaten, die probeerden de macht van de CNT te breken, en werd algemeen beschouwd als één van de belangrijkste financiers van de "pistoleros". In 1923 reisden een aantal "Solidarios" naar Zaragossa en kogelden de kardinaal neer voor de deur van zijn eigen kerk. Wanneer een paar maanden later, in een zoveelste "pronunciamento", generaal Primo De Rivera de macht greep en een militaire diktatuur installeerde werd de situatie al gauw onhoudbaar voor de anarchisten en zagen velen zich genoodzaakt het land te ontvluchten. Onder hen ook Durruti, Oliver en Ascaso.

De aanslag op Soldevilla, die aan Durruti en Ascaso reeds enige bekendheid had gegeven, en hun verblijf in het buitenland zou van het duo levende legendes maken. Gedurende acht jaar, van 1923 tot 1931, zwierven beide anarchisten doorheen zowat alle landen van Latijns Amerika en West Europa. Overal waar zij kwamen zetten zij, als moderne Robin Hoods, hun pistolen in dienst van de anarchistische zaak. De geruchten gingen dat Ascaso en Durruti in niet minder dan zeven landen ter dood veroordeeld zouden zijn, maar enkel een Argentijns doodsvonnis valt met zekerheid te confirmeren. Durruti en Ascaso reisden ook naar Parijs, waar zij de de Oekraïense anarchist en partizanenleider Nestor Makhno ontmoetten, die hen uit eigen ervaring de laatste illusies ontnam over het Russische bolsjewisme.

In de jaren dertig van vorige eeuw speelde Buenaventura Durruti een centrale rol in het Spaanse anarchisme en tijdens de Spaanse Burgeroorlog :

De mondiale economische crisis die in 1929 uitbrak leidde in Spanje tot de val van de militaire dictatuur en, na een korte periode waarbij men de monarchie nog eens uit de mottenballen haalde, werd in 1931 de republiek uitgeroepen. Ascaso en Durruti konden eindelijk terugkeren naar hun land van herkomst. Durruti trok naar Barcelona en werd de volgende jaren een invloedrijke militant binnen twee van de grootste anarchistische organisaties in het Spanje van dat moment : de Federación Anarquista Ibérica (FAI) en de Confederación Nacional del Trabajo (CNT). De geboorte van de Spaanse republiek greep echter niet onder een gunstig gesternte plaats. Het land beleefde een zware economische crisis en binnen de maatschappij gaapte een onoverbrugbare kloof tussen links en rechts. Daarbij kwam nog dat de anarchisten niet van plan waren om de republiek meer krediet te verlenen dan de dictatuur of de monarchie. Met een onophoudelijke reeks van opstanden, die even snel uitdoofden als ze opflakkerden, leverden de anarchisten tussen 1931 en 1934 een niet onaanzienlijke bijdrage aan de destabilisatie van de republiek.
Uiteindelijk zou dit eind juli 1936 resulteren in een militaire opstand tegen de republiek, dit onder leiding van de extreem-rechtse generaal Francisco Franco. In nauwe samenwerking met zijn kameraden hielp Durruti het verzet tegen dit Spaanse fascisme te coördineren. Zij wisten de poging van generaal Goded om Barcelona in te nemen af te slaan. Tijdens de gevechten om de Atarazanzasbarakken werd Durruti's nauwe vriend en medestrijder Ascaso doodgeschoten. Minder dan een week later, op 24 juli 1936 gingen meer dan 3000 gewapende anarchisten onder leiding van Durruti van Barcelona naar Zaragoza. Deze eenheid zou later te boek komen te staan als de Durutti Colonne.

DURUTTIDurutti BuenaventuraDURUTTI Buenaventura
Durriti Colone

In ieder dorp dat de colonne doorkruiste zetten de militieleden, manu militari, hun egalitaire utopie in daden om. Indien er nog vertegenwoordigers van de oude orde aanwezig waren werd eerst en vooral de lokale post van de Guardia Civil bestormd en komaf gemaakt met grootgrondbezitters, priesters en politieagenten die er zich verschanst hadden. Daarna brandde men de kerk plat en aan dit vreugdevuur voegden de militieleden alle eigendomsakten toe die het dorp rijk was. De lokale bevolking werd dan toegesproken door van een militant die hun vriendelijk doch nadrukkelijk verzocht om het dorp om te vormen tot een collectief. Op het Catalaanse platteland leidde deze aanpak al snel tot wrijvingen. Het grootste deel van de bevolking bestond er uit kleine landeigenaars die maar al te blij waren om het land van de geliquideerde "fascisten" onder zichzelf te verdelen, maar heel wat minder enthousiasme ten toon spreidden om toe te treden tot een dorpscollectief. Eénmaal de colonne echter Aragon bereikt had, waar de bevolking voornamelijk uit landloze boeren bestond, was het onthaal heel wat hartelijker en sprongen de collectiven als paddestoelen uit de grond. Uiteindelijk zou zowat de hele economie van Aragon gecollectiviseerd worden en de regio bestuurd worden door een uit CNT'ers samengestelde raad.

Intussen was de colonne, nu omgedoopt tot "Durruti colonne", aangegroeid tot zo'n tienduizend militieleden, maar zij bleef kampen met schier onoverkomelijke logistieke en disciplinaire problemen. Vanuit het officiële Barcelona, dat het anarchistische avontuur met afgrijzen gadesloeg, kwam niet de minste steun. Geen enkele van de militieleden, Durruti nog in het minst, had enige militaire ervaring. Zolang de vijand even chaotisch tewerk ging als de militieleden zelf konden deze laatsten het halen op puur heroïsme, maar éénmaal er wat meer georganiseerde weerstand ontmoet werd liep het offensief vast. En voor de poorten van Zaragossa strandde de opmars in een uitputtende loopgrachtenoorlog. Hier was het ook dat misschien wel de grootste zwakte van de milities naar boven kwam : de discipline. Durruti zelf keurde de traditionele militaire discipline af en geloofde heilig in een anarchistische zelfdiscipline. Hijzelf was daarin ook een lichtend voorbeeld, maar andere militieleden namen het heel wat minder nauw met die zelfdiscipline. Militieleden verlieten bijvoorbeeld regelmatig het front om in een nabijgelegen dorp een wijntje te gaan drinken of zelfs om terug te keren naar Barcelona aangezien ze de hele onderneming spuugzat waren. Het ontbreken van officieren binnen de colonne leidde er ook toe dat Durruti zowat de enige autoriteit was, wiens oordeel gevraagd werd in zelfs de meest pietluttige affaires. Het oordeel was altijd eenvoudig : vrijspraak of de kogel. Anderzijds was de colonne wel een voorbeeld van egalitarisme waarbij zelfs haar absolute leider, Durruti, het dagelijkse leven van de militieleden deelde.

Na een kort en bloedig gevecht bij Caspe hielden ze, op aanraden van een officier van het reguliere leger, halt bij Pina de Ebro en de aanval op Zaragoza werd uitgesteld. Want begin november 1936 maakten de opstandige militairen, die nu de naam "nationalisten" aangenomen hadden en onder bevel stonden van Franco, zich klaar om Madrid te bestormen.
Ondanks heftige protesten van een deel van de CNT leiding, trok Durruti 4000 van zijn beste militieleden weg van het Aragonese front, en trok ermee naar de Spaanse hoofdstad. Durruti's manschappen kwamen in Madrid aan op het moment dat de nationalisten hun offensief lanceerden en werden onmiddellijk in de strijd geworpen. De combinatie van de geforceerde mars vanuit Aragon, de onbekende omgeving, de onvoldoende bewapening en bevoorrading (vanuit de officiële republikeinse instanties werd er nog steeds geen enkele hulp gegeven aan de milities), bleek teveel voor de militieleden, die terrein moesten prijsgeven en wiens terugtocht bijna op een debacle uitliep. Op 20 november 1936, op het moment dat de anarchistische linies zich terug stabiliseerden, werd Buenaventura Durruti echter dodelijk getroffen door een kogel van onbekende herkomst. Men sprak van een vijandige sluipschutter. Maar volgens Anthony Beevor in zijn standaardwerk ('The Spanish Civil War', 1982) werd Durruti gedood toen het machinepistool van een metgezel per ongeluk afging. (Abel Paz, de anarchist, historicus en biograaf van Durruti, recenseerde niet minder dan zeven verschillende versies van zijn dood, maar de meest waarschijnlijke versie is dat Durruti gedood werd toen het "Naranja" machinepistool van de man naast hem per ongeluk afging.)
De anarchisten zouden het verhaal over de sluipschutter in de wereld hebben geholpen met het oog op de moraal van de strijders en uit propagandaoverwegingen. (Durruti stierf op een geïmproviseerde operatietafel in het voormalige Ritzhotel.)

 Durutti-afficheaffiche Durruti

Het lijk van Durruti werd overgebracht naar Barcelona, de stad waarvan hij het proletariaat georganiseerd en begeesterd had. Hij kreeg er een begrafenis die geen enkele koning of regeringsleider ooit gekregen had. Een getuige schreef: "De begrafenis was voorzien voor 10 uur, maar reeds uren ervoor was het onmogelijk om de Via Laeytana te betreden... uit alle richtingen kwamen groepen met vlaggen en kransen. Overal hoorde men "We zullen hem wreken". Wanneer Durrutis kameraden de kist op hun schouders naar buiten droegen, stroomden immense massa's samen op het plein voor het gebouw. Gewapende militieleden begeleidden de kist en een muziekkapel speelde steeds weer de anarchistische hymne "Zonen van het volk". Tienduizenden geheven vuisten brachten een laatste groet." Meer dan een kwart miljoen mensen vulden de straten om de lijkstoet te begeleiden op de route naar het kerkhof op Montjuich. Het was de laatste grootschalige openbare demonstratie van die omvang van de anarchistische aanhang tijdens de bittere en bloedige Spaanse Burgeroorlog.
Na Durruti 's dood ging het in sneltreinvaart achteruit met de anarchistische beweging die uiteindelijk ten onder ging temidden van rivaliteiten, de bitterheid van de nederlaag en decennia van ballingschap.

Vreemd genoeg wordt de figuur Durruti vaak gedefinieerd met wat hij niet was. Zo zijn alle getuigen het er over eens dat Durruti geen groot theoreticus was. Hij was ook geen begaafd redenaar, geen uitzonderlijke volksmenner of geen geslepen politicus. Wat hij dan wel was valt moeilijker te definiëren en dit is misschien de reden waarom de figuur Durruti, zeventig jaar na zijn gewelddadige dood, nog steeds blijft fascineren.

Een tipje van de sluier werd opgelicht door de anarchist Garcia Oliver, een jarenlange wapenbroeder van Durruti en ironisch genoeg uiteindelijk minister van justitie in een republikeinse regering. Tijdens een hulde aan zijn gesneuvelde kameraad verklaarde hij : "Ik ben niet te beroerd om het toe te geven, ik beken het zelfs met trots: wij waren de koningen van het arbeiderspistool in Barcelona, de beste terroristen van de arbeidersklasse... "Nosotros", zij die geen naam hebben, zij die geen hoogmoed kennen, zij die één blok vormen, zij die de ene na de andere terugbetalen, "Nosotros"... de dood is niets, onze individuele levens zijn niets! Zolang één van ons leeft blijft "Nosotros" leven".

De toespraak zegt veel over het zelfbeeld van mensen als Oliver of Durruti, over de hartstocht die hen bezielde en die hen er toe bracht om, bij het uitbreken van de Spaanse burgeroorlog, het grootste sociale experiment te lanceren dat West-Europa tijdens de twintigste eeuw gekend heeft : de collectivisatie van zowat de volledige industrie en landbouw van Catalonië en Aragon.

Tot slot, enkele woorden die hij zei een paar weken voor zijn dood : "Ik ben heel mijn leven een anarchist geweest. Ik hoop dat ik er één gebleven ben. Ik zou het inderdaad zeer droevig vinden moest ik een generaal geworden zijn en mensen met een militaire zweep regeren... ik geloof, zoals ik altijd geloofd heb, in vrijheid. Vrijheid die gebaseerd is op een gevoel voor verantwoordelijkheid. Ik beschouw discipline als onontbeerlijk, maar het moet innerlijke discipline zijn, gemotiveerd door een gezamenlijk doel en een sterk gevoel van kameraadschap."

BIBLIOGRAFIE :
E. GOLDMAN, Durruti is Dead, Yet Living, 1936; A. BEEVOR, The Spanish Civil War, 1982; Hans Magnus ENZENSBERGER, De korte zomer van de anarchie, Amsterdam, 1977; A. PAZ, Durruti in the Spanish Revolution, 2006.
De afbeeldingen en tekst komen grotendeels uit de volgende Website :
http://www.vrijbuiter.org/page.php?ID=351

"Het zijn wij, de werkers, die deze paleizen en steden, hier in Spanje en in Amerika en overal, hebben gebouwd. Wij, de werkers, kunnen andere bouwen om hun plaats in te nemen. En betere! We zijn niet in het minst bang voor ruïnes. Wij zullen de aarde beërven; daaraan bestaat geen enkele twijfel. De bourgeoisie kan haar eigen wereld opblazen en vernietigen voordat zij het toneel van de geschiedenis verlaat. Wij dragen een nieuwe wereld, hier in ons hart. Die wereld groeit op dit moment.

Buenaventura Durruti

Terug naar : Biografiën
of
   Beginpagina