Avram Noam CHOMSKY
(Philadelphia (Pennsylvania), 7 december 1928 - )

Noam CHOMSKYbbbNoam CHOMSKY w
wwwwwwwwwwwwwwwwww wwwwwwwwwwwwwwwwwwwwwwwww wwwww Noam Chomsky op 13 maart 2011 in Amsterdam.


Noam Chomsky is een Amerikaanse taalkundige, mediacriticus, politiek activist en anarchistische denker. Chomsky is emeritus hoogleraar taalkunde aan het Massachusetts Institute of Technology. Als grondlegger van de generatieve taalkunde is hij een van de invloedrijkste taalwetenschappers van de 20e eeuw.
Kern van Chomsky's taalkunde is de hypothese van de universele grammatica : een aangeboren taalvermogen dat alle mensen delen en dat de overeenkomsten tussen menselijke talen verklaart. Chomsky's taalkunde is rationalistisch (in tegenstelling tot empiristisch). Zijn inzichten betekenden de doodslag voor de behavioristische taalkunde en een stimulans voor de cognitiewetenschappen.
In het verlengde van de 'generatieve grammatica' ontwikkelde hij de Chomsky-hiërarchie, een veelgebruikte classificatie van formele talen met toepassingen in de informatica.

Daarnaast staat Chomsky ook bekend als politiek activist. Hij schreef diverse kritische boeken over met name de Amerikaanse buitenlandse politiek en de rol van ideologie en media in westerse samenlevingen. Chomsky beschouwt zichzelf als 'libertarisch socialist' en in veel opzichten als anarchist en anarchosyndicalist.


Chomsky werd geboren als zoon van Elsie Simonofsky en William Chomsky, beiden van Joodse komaf.
Vader William Chomsky vluchtte in 1913 uit Rusland en werkte zich op tot hoofd van een Joodse school in Philadelphia. Later werd hij faculteitsvoorzitter van een hogeschool (lerarenopleiding) en gaf hij les aan het "Dropsie College". Daarnaast schreef Noams vader verschillende taalkundige verhandelingen over het Hebreeuws. Aan het eind van zijn leven, in 1977, was hij volgens de New York Times een van de voornaamste Hebreeuwse taalkundigen ter wereld.
Moeder Elsie Chomsky-Simonofsky was eveneens lerares Hebreeuws en zij kon zich intellectueel meten met haar man. Hoewel zij een meer gereserveerde persoonlijkheid was, was juist zij degene die Noam bekendmaakte met linkse politiek en het zionisme. Ook de rest van de familie was sterk gepolitiseerd : waar William en Elsie Chomsky linkse Democraten waren, waren andere familieleden actief in de Communistische Partij, in de vakbonden en in andere radicale organisaties. Verder groeide de jonge Noam op ten tijde van de Grote Depressie in een omgeving van immigranten, onder wie veel Duitsers en Ieren met antisemitische en pro-nazi sympathieën.
In deze omgeving bleek Noams politieke interesse al vroeg aanzienlijk : in 1939, op tienjarige leeftijd, publiceerde hij zijn eerste politieke geschrift in zijn schoolkrant, over de val van Barcelona in de Spaanse Burgeroorlog en over de Anschluss en de annexatie van Tsjecho-Slowakije door Nazi-Duitsland. De Spaanse Burgeroorlog en de rol die de Confederación Nacional del Trabajo (CNT) daarin speelde bleef jarenlang een grote fascinatie. Hij was 'te jong', merkte hij later zelf op, om sympathie voor het leninisme te kweken, 'een geluk bij een ongeluk'.
De jonge Chomsky had een sterke voorkeur voor realistische literatuur (o.a. Dostojevski, Tolstoj, Hugo, Twain en Zola). Ook las hij de bijbel in het Hebreeuws. Toen hij twaalf jaar oud was las hij het manuscript van zijn vaders boek over de middeleeuwse grammaticus David Kimhi. Zijn vaders werk wekte zijn interesse in taal en grammatica.
Eveneens op zijn twaalfde ging Chomsky voor het eerst naar de middelbare school, nl. naar de Central High School. Dit bleek een schokkende ervaring : de prestatie- en competitiegerichte sfeer stuitte hem zozeer tegen de borst dat hij later sprak van indoctrinatie : de school zou gericht zijn geweest op het blokkeren van creatieve impulsen in de leerlingen en het aanleren van hiërarchische waarden. Hij had vrienden op school, maar ging toch vooral zijn eigen weg. Een nieuwe schok kwam toen in 1945 de Amerikaanse atoombommen op Hiroshima en Nagasaki vielen. In tegenstelling tot de jongeren met wie hij op zomerkamp was kon de 16-jarige Chomsky het niet opbrengen om te juichen over zoveel dood en verderf, al betekende deze aanval het definitieve einde van de Tweede Wereldoorlog.
Chomsky begon in 1945 aan zijn studies in filosofie, taalkunde en wiskunde aan de universiteit van Pennsylvania. Hij studeerde daar onder Zellig Harris, een professor in de taalkunde voor wiens politieke visies hij wel wat sympathie kon opbrengen. Twee jaar trouwde hij met Carol Schatz en ze zouden drie kinderen krijgen. Hij behaalde in 1955 zijn PhD (doctorstitel), waarbij hij het meeste onderzoek de voorgaande vier jaren aan de Harvard universiteit had verricht. In zijn doctoraalscriptie begon hij al enkele van zijn linguïstische ideeën te ontwikkelen en zette deze voort in zijn boek uit 1957 genaamd "Syntactic Structures". Dit is waarschijnlijk zijn beroemdste werk binnen de taalkunde en lange tijd is het een soort bijbel geweest voor veel taalkundigen binnen de Chomskyaanse traditie, die vaak Chomskyanen genoemd werden.
Na zijn promotie doceerde Chomsky aan het MIT (Massachusetts Institute of Technology). Gedurende de eerste decennia raakte hij meer en meer betrokken bij politiek, waarbij hij rond 1965 kritiek uitte op de Amerikaanse politiek en de oorlog in Vietnam. In 1969 publiceerde hij "American Power and the New Mandarins", een essay over het zelfde onderwerp. Ook bezocht hij de 'Vlakte van Kruiken' in Laos, waar hij sprak met Laotianen op de vlucht voor Amerikaans (CIA-)geweld in de geheime oorlog.
Vanaf die tijd is hij bekend om zijn radicale politieke gezichtspunten en geeft hij over de hele wereld lezingen hierover. Verder heeft hij diverse boeken over het onderwerp geschreven. Hij neemt duidelijk stelling tegen de Amerikaanse inmengingspolitiek in Cuba, Haïti, Oost-Timor, Nicaragua, het Arabisch-Israëlisch conflict, de oorlog rond Kosovo en de Golfoorlog (2003). Sinds de aanslagen van 11 september 2001 heeft Chomsky zijn taalkundige werk voor een groot deel (maar niet geheel) aan de kant gezet om tijd de hebben om politiek commentaar te geven. Wel voerde hij daarna nog een wetenschappelijke polemiek tegen de optimaliteitstheorie.

Hij geldt als criticus van de mondialisering, van de media en van het neoliberalisme. Zijn analyses vinden veel belangstelling bij (radicaal-)links. Doordat hij zijn standpunten doorgaans op degelijk onderzoek baseert, wordt hij eveneens door intellectuelen van links en rechts gerespecteerd. Minder appreciatie genieten de conclusies die hij trekt, die volgens Amerikaanse rechts-conservatieve critici in de buurt komen van samenzweringstheorieën. De New York Times noemde zijn politieke analyses ooit "simplistisch", maar ze beschreven hem tevens als de belangrijkste levende intellectueel. In de tussentijd is hij blijven schrijven en doceren over taalkunde en de gevolgen van het Amerikaanse buitenlands beleid.
In Chomsky's visie is taalkunde een natuurwetenschap, niet een sociale of toegepaste wetenschap : het is een onderdeel van de biologie, en heeft als doel te verklaren hoe het taalvermogen in de menselijke geest werkt, niet hoe het tot uiting komt. Chomsky maakt derhalve onderscheid tussen I-language, het gedeelte van taal intern in de mens, en E-language, de externe verschijning hiervan. Alleen het eerste is onderwerp van studie in de taalkunde; van de E-language wordt geabstraheerd, net als in de natuurwetenschappen geabstraheerd wordt van empirische gegevens om tot een elegante (wiskundige) theorie te komen.
Chomsky's taalkunde is rationalistisch en cartesisch, in de zin dat zijn theorieën er van uitgaan dat het taalvermogen grotendeels is aangeboren, niet aangeleerd. Alle mensen delen de zogenaamde universele grammatica, die de overeenkomsten tussen verschillende talen verklaart. Deze zijn veel groter, meent Chomsky, dan men op het eerste gezicht zou zeggen. Over de precieze verklaring voor de verschillen tussen talen is hij in zijn carrière verschillende malen van mening veranderd.

Chomsky op het Wereld Sociaal Forum
Noam Chomsky op het World Social Forum (2003)

Politieke opvattingen :

Chomsky beschrijft zichzelf als iemand die "meelift op de traditie van het anarchisme". Hij is van mening dat alle autoriteit en hiërachie op rechtmatigheid moet worden onderzocht, en zo nodig bestreden. In zijn anarchisme is Chomsky pragmatisch : hij geeft dikwijls de voorkeur aan staatscontrole over economische processen waar deze, in zijn optiek, democratischer is dan volledige vrijheid voor bedrijven. Ook is hij, met enige reserves, voorstander van parlementaire democratie. Wegens zijn radicale opvattingen is Chomsky in de Verenigde Staten een controversiele figuur.
Chomsky merkt zelf op dat zijn wetenschappelijke werk en zijn politieke opvattingen hooguit op een zeer abstract niveau verwant zijn. Beide zijn evenwel gekoppeld aan zijn cartesisch-humanistische mensbeeld.
De politieke stromingen waar Chomsky zich het meeste bij thuisvoelt zijn het 'libertarisch socialisme' en het anarchosyndicalisme. Hij noemt zich socialist, maar voelt ook sterke verwantschap met het klassieke liberalisme. Het idee van de homo economicus stuit hem tegen de borst : Chomsky beschouwt dit idee als een vertekening van de ideeën van Adam Smith, die hij als een anti-autoritaire voorganger beschouwt. Uit de werken van Smith en von Humboldt destilleert hij een fundamentele kritiek op het kapitalisme.
Chomsky liet zijn nationaliteit zijn oordeel niet beïnvloeden. Hij beschouwde de Vietnamoorlog en de acties tegen het sandinistische bewind in Nicaragua als terrorisme. Hij redeneerde dat met de standaarden die de VS hanteren, landen als Nicaragua en Joegoslavië het recht hebben de Verenigde Staten te bombarderen. Na de aanslagen op 11 september 2001 is de interesse voor Chomsky's werken weer toegenomen. Naar aanleiding van de aanslagen schreef hij 9/11 en later "Hegemony or Survival" (in het Nederlands vertaald als "De Arrogantie van de Macht"). In beide boeken spreekt Chomsky zich zeer kritisch uit tegenover de Verenigde Staten.
Bij de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2004 gaf Chomsky aan John Kerry te steunen. Dit kwam hem op kritiek uit linkse hoek te staan. Chomsky verklaarde daarop dat het eerder een stem tegen Bush dan voor Kerry zou zijn, en hij noemde Kerry een "Bush light".

Chomski

Ideologie en de rol van intellectuelen

Bij zijn politieke analyses maakt Chomsky gebruik van zo veel mogelijk openbare, officiële bronnen. Veelal zijn dit (al dan niet uitgelekte) rapporten uit de Amerikaanse politiek en ambtenarij. Hij roemt de Amerikaanse open samenleving die hem deze bronnen beschikbaar stelt, maar maakt zich zorgen over wat hij 'het probleem van Orwell' noemt : hoe komt het dat we zo weinig weten, terwijl er zo veel informatie beschikbaar is?
In diverse van zijn geschriften analyseert Chomsky de rol van de intelligentsia in westerse maatschappijen, met name de VS, waarbij hij een groot gebrek aan kritische reflectie ziet. Intellectuelen vormen volgens Chomsky een "seculiere priesterkaste" : journalisten, academici, "deskundigen" (so-called "experts"), etc. zijn de verdedigers van de kapitalistische ideologie, waarmee ze dezelfde rol vervullen als priesters in oudere maatschappijen. Chomsky's definieert ideologie als de morele rechtvaardiging voor de daden van de heersende klasse.

Dit staat in schril contrast met de taak van de intellectueel zoals Chomsky die ziet. Intellectuelen, die vrijgesteld zijn van lichamelijke arbeid en op kosten van de samenleving een opleiding hebben genoten, moeten de samenleving dienen door een kritische en rationele analyse te maken van de politiek. Hierbij moet de eigen overheid het eerste mikpunt zijn, omdat men daar de meest directe verantwoordelijkheid voor draagt en er de meeste invloed op heeft. Chomsky's politieke geschriften zijn daarmee gericht op intellectuelen en activisten, niet op machthebbers, omdat de laatsten te veel in het systeem van de macht opgesloten zitten : ze zijn niet moreel incapabel, maar moreel handelen zou voor hen simpelweg een verlies aan invloed betekenen.

Een belangrijk kenmerk van ideologie in het westen is, volgens Chomsky, dat in het publieke debat de verschillen zo fel mogelijk binnen bepaalde grenzen worden gehouden, waardoor de werkelijke ideologische keuzes ontkend worden. Als voorbeeld geldt het debat over de Vietnamoorlog tussen "haviken" die dachten de oorlog te kunnen winnen en "duiven" die hem als bij voorbaat verloren beschouwden. De mening van Chomsky, en van een groot deel van de vredesbeweging, dat de oorlog moreel niet gerechtvaardigd was, werd door de New York Times nooit gepubliceerd. In samenwerking met de econoom Edward S. Herman bouwde Chomsky zijn ideeën over de werking van media uit tot het propagandamodel, o.a. beschreven in hun gezamenlijk geschreven boek "Manufacturing Consent".

Beschuldigingen van antisemitisme weerlegd.

Ondanks het feit dat hij zelf joods is en in zijn jeugd actief was in verscheidene links-zionistische organisaties (die, zoals hij zelf schrijft, tegenwoordig "antizionistisch" genoemd zouden worden), is hij meerdere malen beschuldigd van antisemitisme. In 1979 nam hij het met een aantal andere vooraanstaande intellectuelen op voor Robert Faurisson. Faurisson had een boek geschreven dat de holocaust ontkende, waarvoor hij veroordeeld werd. Chomsky en de zijnen meenden dat dat een inbreuk op de vrijheid van meningsuiting was, omdat de rechter zich hier mengde in een wetenschappelijke discussie. Het is de taak van andere wetenschappers en niet van de rechter om "verzinsels en absurditeiten" als die van Faurisson aan gort te schieten, zo stelde Chomsky. Andere beschuldigingen van antisemitisme kunnen in verband worden gebracht met het feit dat Chomsky zeer kritisch staat tegenover de gedragingen van Israël.

Chomsky was ook een aantal keren in België, ondermeer op 16 maart 2011 gaf hij een lezing aan de ULB : http://www.dewereldmorgen.be/artikels/2011/04/01/chomsky-in-brussel-de-afwezigen-hadden-ongelijk

Chomsky over anarchisme

x c c

BIBLIOGRAFIE :
Noam CHOMSKY, Intellectuals and the State / De intellectuelen en de staat (Johan Huizinga-lezing 1977), Baarn (Het Wereldvenster), 1978.
Noam CHOMSKY & Edward S. HERMAN, Manufacturing Consent, 1988.
Noam CHOMSKY, De verdorven democratie; Berchem (EPO), 1992, 2002.

Noam CHOMSKY, Macht & Terreur - De wereld na 11 september, (Lemniscaat).
Noam CHOMSKY, De arrogantie van de macht (oorspronkelijke titel: Hegemony or Survival: America's Quest for Global Dominance) - Hoe het Amerikaanse streven naar hegemonie het voortbestaan van de planeet bedreigt, (Lemniscaat).
Noam CHOMSKY, Understanding Power, Londen (Vintage), 2003.
Noam CHOMSKY, Chomsky on Anarchism, Edinburgh (AK Press), 2005, 241 p.
Noam CHOMSKY, Mislukte staten. Machtsmisbruik en de aanslag op de democratie, Berchem (EPO), 2008.
Noam CHOMSKY, Hoop en vooruitzicht, Berchem (EPO), 2011.

Bovenstaande tekst werd grotendeels overgenomen van http://nl.wikipedia.org/wiki/Noam_Chomsky


http://www.democracynow.org/2009/4/13/noam_chomsky_on_the_global_economic

http://www.monde-diplomatique.fr/carnet/Chomsky

http://www.chomsky.info/http://www.chomsky.info/

 

Terug naar : Biografiën
of
                 Beginpagina